Wijzigingen in eigen bijdragen Wmo en Wlz hebben ook effect voor minima

5 juni 2018,  

BS&F Nieuwsitem

Wijzigingen in eigen bijdragen Wmo en Wlz hebben ook effect voor minima

Zoals we in een eerder nieuwsitem aangaven bestonden er nog enkele onduidelijkheden ten aanzien van de aanstaande invoering van een abonnementstarief voor de eigen bijdragen Wmo en Wlz. Inmiddels is hierover meer informatie beschikbaar en geven wij een update.

1. Abonnementstarief
Per 2019 wordt voor het gebruik van gemeentelijke Wmo voorzieningen een abonnementstarief ingevoerd; een vast tarief van €17,50 per 4 weken ongeacht het inkomen. Daarnaast wordt bij de eigen bijdrage voor Beschermd wonen en Wlz-zorg de vermogensbijtelling verlaagd van 8% naar 4%. Dit blijkt uit de brief die de minister van VWS op 1 juni jl. naar de Tweede Kamer zond. De maatregelen werden reeds aangekondigd in het Regeerakkoord en zijn bedoeld om de stapeling van zorgkosten tegen te gaan. Mensen met een midden- of hoog inkomen ervaren hiervan het meeste effect. Maar ook voor minima kunnen de maatregelen een effect hebben.

2. Stapeling tegengaan
Zorgkosten en eigen bijdragen kunnen stapelen en daarmee oplopen tot een niveau dat moeilijk te dragen is. Voor minima is de Wmo eigen bijdrage reeds beperkt tot maximaal €17,60 per 4 weken (2018). Op het eerste oog heeft het abonnementstarief voor hen nauwelijks een effect. Echter, vanaf 2020 gaan ook algemene voorzieningen die de gemeente aanbiedt in het kader van de Wmo grotendeels onder de werking van het abonnementstarief vallen. Denk hierbij aan laagdrempelig toegankelijke huishoudelijke hulp of begeleiding, al dan niet met een lichte toegangstoets. Nu nog kunnen eigen bijdragen voor maatwerkvoorzieningen en eigen betalingen voor algemene voorzieningen naast elkaar bestaan. In de huidige situatie kunnen minima geconfronteerd worden met extra kosten bovenop de maximale periodebijdrage (€17,60) wanneer zij gebruik maken van een algemene voorziening, bijvoorbeeld begeleiding in groepsverband. Door deze maatregel zal het gebruik van algemene voorzieningen voor minima geen extra kosten meer met zich meebrengen, of ten minste zijn de kosten gemaximeerd tot €17,50 per 4 weken. Algemene voorzieningen waarbij geen ‘duurzame hulpverleningsrelatie’ wordt aangegaan blijven buiten de werking van het abonnementstarief. Denk hierbij aan het collectief gebruik van hulpmiddelen (pools) of deelname aan (incidentele) welzijnsactiviteiten. Betalingen voor deze voorzieningen komen bovenop het abonnementstarief. Gemeenten kunnen in hun Wmo verordening aangeven welke algemene voorzieningen dit betreft.

3. Niet AOW-gerechtigde meerpersoonshuishoudens
Sinds 2018 zijn meerpersoonshuishoudens die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt, vrijgesteld van de minimale eigen bijdragen voor Wmo voorzieningen. Dit vanuit de gedachte dat de niet-chronische zieke partner het gezinsinkomen alleen moet verdienen en zorgkosten daarom extra zwaar drukken op het besteedbaar inkomen. Deze gezinnen blijven vrijgesteld. Tot nu toe moeten deze gezinnen bij een inkomen boven €35.175 wel het inkomensafhankelijke deel van de eigen bijdrage betalen. Ook dit komt te vervallen.

4. Vermogensbijtelling verlaagd
Het deel van het vermogen dat wordt meegeteld voor de eigen bijdrage voor Beschermd Wonen (Wmo) en Wlz-zorg, wordt verlaagd van 8% naar 4%. Voor minima heeft dit geen effect. Zij hebben immers geen vermogen dat kan worden meegeteld en blijven de minimale eigen bijdrage betalen.

5. Effect op zorgvraag en dekking in gemeentepolis
Aangenomen wordt dat door de verlaging van de eigen bijdrage de vraag naar zorg en ondersteuning zal toenemen. Tenminste zal ongewenste zorgmijding hiermee worden tegengegaan. Dit gecombineerd met het onder het abonnementstarief brengen van de eigen betalingen voor algemene voorzieningen, zal het onzes inziens leiden tot een lichte toename van het aantal minima dat een eigen bijdrage gaat betalen, dan wel vol maakt tot het maximum van €227,50 per jaar.

De introductie van het abonnementstarief vraagt om een juiste formulering van de dekking binnen de gemeentepolis. Welk effect het abonnementstarief heeft op het beroep op die dekking is moeilijk te voorspellen. Het zal sterk afhangen van de aanwezigheid van algemene voorzieningen in een gemeente. Onze indruk is dat maar een beperkt aantal gemeenten dergelijke voorzieningen aanbiedt waarvoor een bijdrage wordt gevraagd. Het is niet te verwachten dat dit zal toenemen. Wel kunnen we ons voorstellen dat gemeenten gaan zoeken naar het vormgeven van algemene voorzieningen zonder duurzame hulpverleningsrelatie. Voor dergelijke voorzieningen mag een bijdrage worden gevraagd die buiten het abonnementstarief valt.

Meer over eigen bijdragen Wmo en Wlz en de samenhang met gemeentelijk beleid vindt u in onze handreiking hierover. In de tweede helft van 2018 komt een geactualiseerde versie beschikbaar waarin ook het abonnementstarief en de verlaging van de vermogensbijtelling is opgenomen.