Regeerakkoord: impact op zorg en sociale zekerheid

12 oktober 2017,  

Klik hier voor de printversie

Na een lange formatie is afgelopen dinsdag 10 oktober het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ tussen VVD, CDA, D66 en de ChristenUnie gepresenteerd. Aanvullend op onze nieuwsbrief over de Miljoenennota vindt u hieronder de belangrijkste informatie uit het regeerakkoord die raakt aan het gemeentelijk sociaal domein.

Zorg vormt belangrijke pijler kabinetsbeleid
Het beleid van het nieuwe kabinet steunt op vier pijlers: 1) investeringen in defensie, politie, zorg en onderwijs, 2) hervormingen op het gebied van de arbeidsmarkt, pensioenstelsel en woningmarkt, 3) investeringen in een duurzaam klimaatbeleid en 4) een ‘herkenbaar Nederland in een sterke internationale inbedding’. Wij beperken ons in deze nieuwsbrief tot de onderdelen van het regeerakkoord die raakvlak hebben met het gemeentelijk sociaal domein.

1. Zorg
Het kabinet vindt fundamentele hervorming in de zorg niet nodig, maar voert een aantal aanpassingen door. Zoals het handhaven van het verplicht eigen risico op €385, evaluatie van Wmo en Jeugdwet (met zo nodig aanpassingen) en wordt extra geïnvesteerd in preventie en innovatie. Ten opzichte van Prinsjesdag blijft (onder meer) de extra investering in de verpleeghuiszorg van ruim 2 miljard in stand; tevens wordt een nog openstaande bezuiniging van €188 miljoen op de Wlz teruggedraaid.

1.1 Zorgmaatregelen algemeen

  • Om de zorgkosten te beteugelen worden nieuwe hoofdlijnenakkoorden gesloten op het gebied van ziekenhuiszorg, GGZ, huisartsen- en multidisciplinaire zorg en wijkverpleging. Dit zou een besparing moeten opleveren van €1,9 miljard. [1] Ook genees- en hulpmiddelen worden scherper ingekocht, wat een besparing van ruim €460 miljoen per jaar moet opleveren. Het kabinet wil daarnaast ‘onnodige zorg’ voorkomen en meer zorg uit de tweede naar de eerste lijn verplaatsen zodat minder (duurdere) ziekenhuiszorg nodig is.
  • Er wordt €40 miljoen ingezet om in deze kabinetsperiode meer werk te maken van e-health en digitaal ondersteunde zorg.
  • De inspraak van verzekerden, patiënten en cliënten op het beleid van zorgverzekeraars en zorgaanbieders wordt wettelijk vastgelegd.
  • Het kabinet verwacht dat het aanbod van budgetpolissen vermindert, mede door de aanpassingen in de risicoverevening (zie daarover ons nieuwsitem). Deze vermindering duidt het kabinet als positief, omdat deze polissen een negatief effect kunnen hebben op de solidariteit onder het stelsel. Begin 2020 wordt getoetst of het aantal budgetpolissen inderdaad is afgenomen en of nadere maatregelen nodig zijn. Ook wil het kabinet meer transparantie realiseren over het polisaanbod (waaronder collectiviteiten) en de kwaliteit, prijs en contractering van zorg. . Overigens blijft de niet-invasieve prenatale test (NIPT) een subsidie en wordt dus niet in het basispakket opgenomen.

1.2 Zorgmaatregelen met raakvlak gemeentelijk domein

  • Voor mensen met verward gedrag komt een beter vangnet, in lijn met de al lopende aanpak (zie ook onze nieuwsbrief). Onder meer moet regionale 24/7 crisiszorg aanwezig zijn en komen er meer mogelijkheden voor tijdelijke opname op eigen verzoek.
  • Het kabinet investeert deze kabinetsperiode €170 miljoen in preventie en gezondheidsbevordering en daarna €20 miljoen structureel. Onder meer wordt een breed nationaal preventieakkoord gesloten waarbij de focus ligt op de aanpak van roken en overgewicht. In dit licht wordt tevens de tabaksaccijns verhoogd, problematisch alcoholgebruik aangepakt en ingezet op het voorkomen van depressies. Het kabinet legt er de nadruk op dat preventie interventies bewezen effectief moeten zijn. Daarnaast wil het kabinet met onder meer gemeenten een sportakkoord sluiten om de organisatie en financiering van sport te bestendigen.

2. Sociaal domein
Om de decentralisaties in het sociaal domein verder te verstevigen, stelt het kabinet voor specifieke doelen meer geld beschikbaar voor gemeenten. Vanaf 2019 gaat een deel van de integratie-uitkering sociaal domein deel uit maken van de algemene uitkering Gemeentefonds. De ‘trap-op-trap-af systematiek’ moet bijdragen aan een stabieler en evenrediger verdeling van beschikbare middelen.

2.1 Zorg en ondersteuning

  • De Wmo wordt geëvalueerd. Uitvoeringsknelpunten worden aangepakt, waar mogelijk in relatie met het manifest ‘Waardig ouder worden’. Er worden afspraken met gemeenten gemaakt over de ondersteuning van mantelzorgers en het aanpakken van eenzaamheid.
  • De Jeugdwet wordt geëvalueerd, met expliciete aandacht voor de Jeugd-GGZ. Ook hier worden knelpunten aangepakt. Om specialistische jeugdhulp te behouden worden regionale samenwerking en afstemming van bedrijfs- en verantwoordingsprocessen zo nodig afgedwongen door het Rijk.
  • Het PGB blijft in alle zorgwetten. Verdere ontwikkeling van persoonsgebonden bekostiging en integraal PGB volgen na evaluatie van lopende initiatieven.

2.2 Stapeling eigen betalingen

  • De coalitiepartijen erkennen dat er sprake kan zijn van stapeling van eigen betalingen in de zorg. Binnen de zorgverzekering worden daarom de volgende maatregelen genomen:
    • Het verplicht eigen risico in de zorgverzekering blijft de gehele kabinetsperiode €385.
    • De bijbetaling voor geneesmiddelen wordt vanaf 2019 gemaximeerd op €250.
  • Verschillende maatregelen binnen de zorg hebben een effect op de hoogte van de zorgtoeslag. Daarnaast worden maatregelen doorgevoerd die leiden tot een verhoging van de zorgtoeslag voor paren en tot een verlaging voor alleenstaanden. Hoe dit per saldo uitwerkt is nog niet duidelijk.
  • Omdat mensen die gebruik maken van zorg uit andere bronnen dan de Zvw vaak het eigen risico in de zorgverzekering vol maken, worden voor deze groep specifieke maatregelen genomen:
    • Verlaging van de eigen bijdragen voor Wlz-zorg en beschermd wonen (Wmo) door de vermogensbijtelling van 8% aan te passen naar 4%.
    • Vervanging van de inkomensafhankelijk eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen door een vast ‘abonnementstarief’ van €17,50 per 4 weken [2]. Gemeenten behouden de mogelijkheid het vaste tarief te verlagen.

2.3 Aanpak en preventie schulden

  • Er komen extra middelen om schulden te voorkomen en armoede te bestrijden, in het bijzonder onder kinderen. In het kader daarvan worden onder meer de volgende maatregelen voorgesteld:
    • Voorkomen van problematische schulden door de belastingvrije voet te respecteren, stapeling van boetes en bestuursrechtelijke premie te maximeren en incassokosten te beperken.
    • Verbeteren van de toegang tot schuldhulp, mede door een landelijk dekkend netwerk van vrijwilligersorganisaties op het gebied van financiële begeleiding.
    • Creëren van gemeentelijke mogelijkheden voor vernieuwende aanpakken en maatwerk.
    • Maatregelen om uithuiszettingen zo veel mogelijk te voorkomen, zeker als daar kinderen bij betrokken zijn.

2.4 Overige maatregelen sociaal domein

  • Er komt structureel extra geld voor onafhankelijke cliëntondersteuning op de verschillende levensgebieden (maatschappelijke ondersteuning, zorg, inkomen en werk). De invulling daarvan gebeurt in samenspraak met gemeenten en zorgkantoren.
  • Er komt meer geld voor het terugdringen van laaggeletterdheid. Het gaat om een beperkte verhoging van het budget met €5 miljoen per jaar.
  • Waar aanbestedingsregels in het sociaal domein leiden tot knelpunten die gemeenten niet zelf kunnen oplossen, wordt ingezet op het aanpassen van EU-regelgeving.
  • De kinderbijslag en het kindgebonden budget worden verhoogd. Ook de kinderopvangtoeslag wordt verhoogd. Nieuwkomers krijgen een zogenaamde ‘begeleide toegang tot de verzorgingsstaat’. Dit betekent dat gemeenten gedurende de eerste twee jaar de zorgtoeslag en huurtoeslag ontvangen. In ruil daarvoor ontvangt de nieuwkomer voorzieningen in natura, begeleiding en leefgeld. Een korting op de bijstandsuitkering wordt mogelijk bij niet goed inburgeren.

3. Werk en pensioen
Het kabinet streeft naar meer vaste banen, omdat ze ziet dat een flexibele arbeidsmarkt ook kan doorschieten. Tevens wordt ingegrepen in het pensioen- en het belastingstelsel. In dit kader neemt het kabinet de volgende maatregelen:

  • Het pensioenstelsel wordt hervormd in aansluiting op SER-rapporten hierover. De hervorming moet de huidige pijlers van verplichtstelling, collectieve uitvoering, risicodeling en fiscale ondersteuning handhaven. Wel wil het kabinet de aanspraken omvormen tot een persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling. Hierbij wordt de doorsneesystematiek afgeschaft, wat betekent dat een leeftijdsonafhankelijke premie verplicht wordt. De invoering hiervan wordt verwacht na 2020.
  • Het belastingstelsel wordt hervormd, wat in 2021 per saldo een lastenverlaging van ruim €6 miljard oplevert. Dit wordt onder meer bereikt door de invoering van een tweeschijventarief (35,93% en 49,5%) en een verhoging van de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Door deze fiscale maatregelen gaan alle inkomensgroepen erop vooruit, maar vooral werkenden (meer specifiek werkenden met een middeninkomen). Parallel wordt het lage BTW-tarief van 6% naar 9% verhoogt. Hierdoor worden onder andere de dagelijkse boodschappen duurder, iets waaraan minima naar verhouding een relatief groot deel van hun inkomen uitgeven. Ook wordt de hypotheekrenteaftrek (onder gelijktijdige verlaging van het eigenwoningforfait) verlaagt en vindt afbouw van de regeling ‘geen of beperkte eigen woningschuld’ plaats. Ten slotte wordt ingezet op een verdere vergroening van het belastingstelsel (bijvoorbeeld door vervuiling zwaarder te belasten).
  • Van gemeenten wordt gevraagd een extra inspanning te leveren op het gebied van beschut werk voor mensen in een kwetsbare positie. Een verhoging van het budget moet leiden tot 20.000 extra beschutte arbeidsplaatsen.
  • Er komt een vorm van loondispensatie zodat het aantrekkelijker wordt mensen met een arbeidsbeperking een baan te bieden. Daarnaast komen er maatregelen die er voor zorgen dat werkgevers blijven investeren in de doelgroep, ook wanneer zij meer gaan verdienen dan het minimumloon.
  • Er blijft ruimte voor gemeenten om te experimenteren met maatregelen die bijdragen aan het weer activeren van bijstandsgerechtigden richting de arbeidsmarkt. Er komen afspraken om de armoedeval in die situaties te verkleinen.

 


[1] Het CPB houdt echter rekening met een opbrengst van maximaal €0,9 miljard.

[2] Uit het regeerakkoord blijkt niet of het vaste tarief ook gaat gelden voor meerpersoonshuishoudens beneden de pensioengerechtigde leeftijd. (Zie hierover ook ons nieuwsitem) Als dit wel het geval is, betekent dit voor mensen met een laag inkomen dat hun Wmo eigen bijdrage wordt verhoogd van €0 naar €17,50 per 4 weken. Daarnaast is het onduidelijk of eigen betalingen voor algemene Wmo-voorzieningen ook binnen het vaste tarief vallen.