Recente ontwikkelingen rond de zorgverzekering 'Tien jaar Zorgverzekeringswet'

17 december 2015,  

Het tijdperk van het ziekenfonds en de particuliere ziektekostenverzekeringen ligt alweer enige tijd achter ons. Op 1 januari 2016 viert de Zorgverzekeringswet namelijk haar tiende verjaardag. Wij hebben daarom deze editie van onze traditionele eindejaarsnieuwsbrief het thema ‘Tien jaar Zorgverzekeringswet’ meegegeven.

In deze nieuwsbrief vindt u naast de gebruikelijke informatie rondom de gemeentelijke collectiviteit, het verzekerde pakket, het eigen risico, de zorgtoeslag en wanbetaling ook her en der een terugblik op het afgelopen decennium. Het team van BS&F wenst u een fijne kerst en een gezond en voorspoedig 2016 toe!

 

1. Marktontwikkelingen basisverzekering 2016

1.1 Algemeen
In 2016 is een aantal labels van de markt verdwenen, waar er vorig jaar nog enkele nieuwe bij kwamen. Zo verdwijnt onder meer een initiatief van ziekenhuizen, de basisverzekering ‘BeterDichtbij’. [1] Ook zien we een lichte daling in het aanbod van budgetpolissen: naturaverzekeringen met over het algemeen beperkte zorgcontractering. Deze daling houdt ongetwijfeld verband met de negatieve beeldvorming (en soms ook ervaring) met dergelijke polissen. Overigens heeft momenteel toch 7,5% van de verzekerden een budgetpolis. [2]

Zorgcontractering is overigens sowieso een belangrijk thema dit jaar, ook bij natura- en restitutiepolissen. Het was de bedoeling dat vóór het overstapseizoen in november alle informatie beschikbaar was over de gecontracteerde zorg voor 2016. Zorgverzekeraars hebben echter nog niet alle onderhandelingen met ziekenhuizen afgerond, waardoor niet altijd vooraf helderheid bestaat over het gecontracteerde zorgaanbod. [3]

In het Actieplan Kern-gezond [4] van koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland is ook aandacht voor dit vraagstuk. Het actieplan zegt namelijk dat zorgverzekeraars jaarlijks voor 19 november op hun website per polis duidelijk maken welke zorg is gecontracteerd. Verder doen de zorgverzekeraars in dit document een aantal belangrijke toezeggingen om overstappen te vergemakkelijken. Zoals het overnemen van lopende machtigingen voor zorg en van toegangsverleningen tot pgb’s voor wijkverpleging. Daarnaast worden minder acceptatievoorwaarden gesteld voor toetreding tot de aanvullende verzekering. Dit zou gunstig moeten uitwerken voor de overstapmogelijkheden van (met name) chronisch zieken.

1.2 Nominale premie stijgt
Het ministerie van VWS gaf op Prinsjesdag de verwachting af dat de premie voor de basisverzekering gemiddeld €103,58 per maand (€1.243 per jaar) zou bedragen in 2016. Ten opzichte van de gemiddelde premie over 2015 zou dit een stijging betekenen van €4,84 per maand (€58,08 per jaar). Voor deze stijging noemt VWS een aantal factoren, zoals de afbouw van de rijksbijdrage ter demping van de overheveling van zorg vanuit de Wlz,[5] een correctie op de 50/50 regel [6] en de afvlakking van de groei van de zorguitgaven. VWS verwachtte daarnaast dat zorgverzekeraars meer nog dan in 2015 zouden interen op hun reserves om de premie te verlagen, ter hoogte van in totaal € 1,5 miljard.Dit zou de premie voor de basisverzekering met gemiddeld €9 per persoon per maand verlagen.

Inmiddels is duidelijk hoe de premies daadwerkelijk zijn vastgesteld door de zorgverzekeraars. Deze bedraagt per maand gemiddeld €101,82 (€1.221,84 p.j.), een stijging van €3,08 (€36,96 p.j.).

Nominale premie (per maand) 2011 2012 2013 2014 2015 2016
Laagste nominale premie € 88,88 € 89,90 € 91,90 € 80,25 € 82,50 € 89,95
Gemiddelde nominale premie € 103,54 € 104,70 € 103,87 € 93,68 € 98,74 € 101,82
Hoogste nominale premie € 109,95 € 112,50 € 109,75 € 103,90 € 116,11 € 112,95

Tabel 1: Laagste, gemiddelde en hoogste nominale premie vanaf 2011, goedkoopste polis per maatschappij, excl. korting en vrijwillig eigen risico.

Bijlage 1 bevat een uitgebreid overzicht van de nominale premies voor de basisverzekering van alle zorgverzekeraars.

De figuur hieronder laat de ontwikkeling van de nominale premie voor de basisverzekering zien sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet.

Figuur 1: Ontwikkeling nominale premie basisverzekering 2006-2016.

1.3 Pakket basisverzekering 2016
In 2016 vinden enkele (relatief ‘kleinere’) aanpassingen plaats in het pakket van de basisverzekering:

  • Vergoeding van invasieve diagnostiek na prenatale screening in het buitenland
  • Dieetadvisering wordt vernoemd naar diëtetiek
  • Met terugwerkende kracht per 1-1-2015 vergoeding voor ambulancevervoer bij jeugd-ggz
  • Vergoeding voor zittend ziekenvervoer van kinderen met intensieve kindzorg
  • Voorwaardelijke toelatingen van een behandeling en een medicijn
  • Vergoeding van prenatale chirurgie bij open ruggetje

Naast deze wijzigingen wordt het basispakket doorlopend aangepast met nieuwe behandelingen en medicijnen die voldoen aan ‘de stand van wetenschap en praktijk’ en daarom automatisch binnen de dekking vallen. Voor meer details over deze pakketaanpassingen verwijzen wij naar ons nieuwsitem hierover.

1.4 Verplicht eigen risico met €10 omhoog
Voor verzekerden van 18 jaar en ouder geldt binnen de basisverzekering een verplicht eigen risico. In 2016 bedraagt het verplicht eigen risico €385. Er vindt namelijk indexatie plaats met €10. Het ministerie van VWS verwacht dat verzekerden in 2016 gemiddeld €240 van het verplicht eigen risico moeten betalen. Minima worden in 2016 deels gecompenseerd voor het verplicht eigen risico binnen de maximale zorgtoeslag doordat deze €240 erin is opgenomen.

Het verplicht eigen risico geldt overigens niet voor verloskundige zorg en kraamzorg, wijkverpleging, huisartsenzorg, [7] multidisciplinaire zorgverlening chronisch zieken (ketenzorg), nacontrole orgaandonoren, nationale bevolkingsonderzoeken (bijvoorbeeld naar borstkanker), de griepprik, verzekerden jonger dan 18 jaar en zorg uit de aanvullende verzekering.

In de figuur hieronder is te zien dat in 2006 en 2007 sprake was van een systeem waarbij verzekerden die geen zorg gebruikten een bedrag terug ontvingen van de verzekeraar: de zogenaamde no-claim regeling. Bij €255 of meer aan zorgkosten ontving men geen geld terug. In 2008 is dit systeem vervangen door een verplicht eigen risico van €150, dat door de jaren is opgelopen naar €385. [8] De systematiek is dus gewijzigd van het ontvangen van geld bij géén zorggebruik naar het bijbetalen bij wél zorggebruik. Oftewel een financieringsschuif ten laste van de verzekerden. In de figuur is tevens weergegeven hoeveel no-claim verzekerden gemiddeld terugkregen en hoeveel eigen risico verzekerden gemiddeld consumeren.

Figuur 2: Maximale en gemiddelde no-claim teruggaaf en maximaal en gemiddeld geconsumeerd verplicht eigen risico.

In steeds meer gemeentelijke collectiviteiten is het mogelijk gemaakt om het verplicht eigen risico mee te verzekeren. In februari 2015 maken hiervan in totaal ruim 144.000 personen gebruik, een toename ten opzichte van een jaar eerder van circa 48.000. [9] Dit verkleint het risico op schulden. Onderstaande tabel bevat een overzicht van de eigen risico regelingen per verzekeraar binnen de gemeentelijke collectiviteit.

Verzekeraar Regeling verplicht eigen risico (vooraf)
Azivo Verzekering
CZ Vooraf gespreid betalen
De Friesland Geen
DSW Geen
IZA Cura Verzekering
Menzis Verzekering
Salland Verzekering
Univé Verzekering
VGZ Verzekering
Zilveren Kruis Verzekering
Zorg en Zekerheid Verzekering

Tabel 2: Regelingen ten aanzien van het verplicht eigen risico binnen de gemeentelijke collectiviteit.

1.5 Verbetering risicoverevening voor chronisch zieken
In 2016 treedt een forse aanpassing van de financiering van de basisverzekering in werking. Hierdoor worden chronisch zieken financieel gezien interessanter gemaakt voor zorgverzekeraars. We kunnen hierbij spreken van een doorbraak en dit is goed nieuws voor de doelgroep van de gemeentelijke collectiviteit. 

1.6 Zorgtoeslag 2016
Met de zorgtoeslag wordt beoogd dat niemand meer dan een bepaald percentage van zijn inkomen kwijt is aan de premie en het verplicht eigen risico voor de basisverzekering. Voor de zorgtoeslag geldt een vermogenstoets: wanneer iemand meer vermogen in box 3 van de inkomstenbelasting heeft dan deze grens bestaat geen recht op zorgtoeslag (een eigen woning valt niet in box 3).

In 2016 is de zorgtoeslag hoger dan in 2015. Dit hangt samen met de werking van de zorgtoeslag: doordat de premies en het eigen risico stijgen bestaat ook recht op een hogere zorgtoeslag. In 2016 hebben ongeveer 4,2 miljoen huishoudens recht op zorgtoeslag, een stijging van 50.000 ten opzichte van 2015. 

Onderstaande tabel laat zien op hoeveel zorgtoeslag maximaal aanspraak gemaakt kan worden. Tussen het drempelinkomen en het maximale inkomen loopt het bedrag dat aan zorgtoeslag wordt ontvangen af van het maximale bedrag tot nihil. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen huishoudens met en zonder toeslagpartner.

Kernbegrippen zorgtoeslag 2011 2012 2013 2014 2015 2016
Drempelinkomen € 19.891 € 20.080 € 20.520 € 19.269 € 19.510 € 19.774
Max. inkomen alleenstaande € 36.022 € 35.059 € 30.939 € 28.482 € 26.316 € 27.012
Max. inkomen met partner € 54.264 € 51.691 € 42.438 € 37.145 € 32.655 € 33.765
.            
Max. zorgtoeslag alleenstaande € 828 € 828 € 1.056 € 864 € 936 € 996
Max. zorgtoeslag met partner € 1.752 € 1.740 € 2.052 € 1.644 € 1.788 € 1.896
.            
Max. vermogen alleenstaande n.v.t. n.v.t. € 101.139 € 102.499 € 103.423 € 106.941
Max. vermogen met partner n.v.t. n.v.t. € 122.278 € 123.638 € 124.753 € 131.378

Tabel 3. Kernbegrippen zorgtoeslag en de daaruit voortvloeiende maximale zorgtoeslag vanaf 2011 (jaarbedragen).

De maximale zorgtoeslag voor een alleenstaande stijgt dus met €60 per jaar (naar €996). De gemiddelde stijgingen van de premie (€36,96 p.j.) en het gemiddeld geconsumeerde eigen risico (€2 p.j.) worden voor minima dus volledig gecompenseerd door een hogere zorgtoeslag.

Figuur 3: Hoogte maximale zorgtoeslag op jaarbasis 2006-2016.

Hieronder is weergegeven hoe het recht op zorgtoeslag zich door de jaren heeft ontwikkeld. Onderstaande figuren maken inzichtelijk met welke inkomens ontvangers van zorgtoeslag respectievelijk zonder en met toeslagpartner door de jaren recht hadden op zorgtoeslag.

Figuur 4: Recht op zorgtoeslag zonder toeslagpartner.

Figuur 5:Recht op zorgtoeslag met toeslagpartner.

1.7 Maatregelen wanbetalers
Personen die wel een basisverzekering hebben, maar daarvoor een premieschuld hebben ter hoogte van zes maandpremies of meer, zijn wanbetaler. Zij vallen onder het bestuursrechtelijk premieregime dat door Zorginstituut Nederland (ZIN, voorheen CVZ) wordt uitgevoerd. In de eerste helft van 2016 bedraagt de maandelijkse inhouding door werkgever, uitkeringsinstantie of pensioenfonds €159,03 (2015: €152,53). Dit is 130% van de zogenaamde standaardpremie. Met ingang van 1 juli 2016 wordt de bestuursrechtelijke premie echter gesteld op 125% van de gemiddelde nominale premie, wat een lagere bestuursrechtelijke premie van €127,91 oplevert. Een verlaging dus van €31,12 per maand. Let wel: voor dit bedrag krijgt diegene alleen de dekking van de basisverzekering. Een eventueel gesloten aanvullende verzekering is op dat moment vrijwel altijd geroyeerd. Eind 2014 waren 327.334 wanbetalers aangemeld voor de bestuursrechtelijke premieheffing. Juni 2015 was dit aantal opgelopen tot 333.751. Uit recente informatie van het CBS blijkt dat het aantal bijstandsgerechtigden in de bestuursrechtelijke premieheffing eind 2014 met circa 9% is gestegen tot 67.890.

De Wet verbetering wanbetalersmaatregelen is op 1 december 2015 door de Eerste Kamer aangenomen. Het gaat onder meer om de volgende maatregelen:

  • Het baseren van de bestuursrechtelijke premie op 110-130% van de gemiddelde nominale premie in plaats van op 130% van de standaardpremie. Zoals aangegeven wordt met ingang van 1 juli 2016 van deze mogelijkheid gebruik gemaakt (gekozen is voor 125%).
  • De mogelijkheid om de zorgtoeslag van verzekerden met een betalingsachterstand vanaf 3 maandpremies om te leiden naar de verzekeraar. [11]
  • De mogelijkheid tot het aanwijzen van groepen die kunnen uitstromen uit de bestuursrechtelijke premieheffing. Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan voorwaarden om de groep bijstandsgerechtigden te doen uitstromen.
  • De mogelijkheid om te differentiëren in de bijdrage die verzekeraars van de overheid ontvangen voor het verzekerd houden van wanbetalers. Op basis hiervan kan bijvoorbeeld een hogere bijdrage van toepassing zijn naarmate een verzekeraar meer inspanningen levert in het kader van preventie en curatie van wanbetaling.

Het regioprogramma ‘preventie wanbetaling zorgkosten’ is onlangs afgerond. Doel van dit tweejarige programma was het bevorderen van de samenwerking tussen zorgverzekeraars en gemeenten om wanbetaling van zorgkosten tegen te gaan. De aandacht bleek tijdens deze bijeenkomsten met name uit te gaan naar de gemeentelijke collectiviteit als instrument om de problematiek van wanbetaling tegen te gaan (dan wel te verkleinen). Naar aanleiding van deze bijeenkomsten is onder andere de Werkgroep Uitstroom Bijstandsgerechtigden (WUB) opgestart: gemeenten, zorgverzekeraars en de overige partijen die het convenant Wanbetalers in de zorg hebben ondertekend (ministeries van SZW en VWS, VNG, NVVK, Divosa en ZN) werken in deze werkgroep uit welke concrete voorwaarden nodig zijn om bijstandsgerechtigden te kunnen laten uitstromen; het gaat om structurele uitstroom en een landelijk geldende regeling.

Een van de uitvloeiselen van de WUB is een recente aanpassing van de Regeling zorgverzekering. Hierdoor is het duidelijker geworden welke gegevens gemeenten en zorgverzekeraars mogen uitwisselen bij het voorkomen of verminderen van schulden uit de zorgverzekering en het bevorderen van uitstroom uit de wanbetalersregeling. Hierover hebben wij dit nieuwsitem geplaatst.

Verdere resultaten van de WUB zijn de uitwerking van de randvoorwaarden voor uitstroom van bijstandsgerechtigden uit de bestuursrechtelijke premieheffing en een modelovereenkomst die gemeenten en zorgverzekeraars kunnen sluiten wanneer zij van deze mogelijkheid gebruik willen maken.

BS&F beschikt over kengetallen van het aantal wanbetalers per gemeente. Neem hiervoor zo gewenst contact op met uw regiomanager.

1.8 Aantal onverzekerden sterk teruggebracht
Personen die geen basisverzekering hebben gesloten, maar daartoe wel verplicht zijn, zijn onverzekerd. Om dit te bestrijden is in 2011 wetgeving in werking getreden. Onverzekerden worden door ZIN aangeschreven wanneer uit een bestandsvergelijking blijkt dat zij ten onrechte niet zijn ingeschreven bij een zorgverzekeraar. Als zij zich niet verzekeren, krijgen zij na drie en zes maanden een boete van ZIN die in 2016 €366,99 bedraagt (2015: €351,99). Verzekeren zij zich dan nóg niet, dan worden zij door ZIN aangemeld bij een zorgverzekeraar, waarbij het eerste jaar bronheffing van toepassing is tegen 100% van de standaardpremie, in 2016 een bedrag van €122,33 per maand (2015: €117,33).

Op het moment van inwerkingtreding van de regeling (maart 2011) waren er ongeveer 160.000 onverzekerden. In juni 2015 waren dit er 24.269. In totaal zijn op dat moment door de regeling 226.158 personen alsnog verzekerd geraakt, waarvan 23.766 ambtshalve verzekerden. De regeling blijft actueel, door blijvende aanwas van nieuwe onverzekerden van ongeveer 4.500 per maand.

Een deel van de groep onverzekerden die alsnog zijn verzekerd komt daarna in de wanbetalersregeling. Het gaat in juni 2015 om 28.474 personen, circa 12,5% van het totaal.

1.9 Resultaten verzekeraars basisverzekering
Uit onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) [12] blijkt dat zorgverzekeraars in 2014 gemiddeld een positief exploitatieresultaat van €44 per volwassene behaalden op basisverzekering en aanvullende verzekeringen gezamenlijk (2013: €96). Dit komt, exclusief beleggingsopbrengsten, neer op een rendement van 1,5% van de totale schadelast (2013: 3,4%). Het totale resultaat op de uitvoering van de basisverzekering door zorgverzekeraars was in 2014 €911 miljoen (2013: €1.270 miljoen). Op beleggingen is ten aanzien van de basisverzekering een resultaat van €297 miljoen behaald (2013: €177 miljoen). [13]

2. Marktontwikkelingen aanvullende verzekeringen 2015

2.1 Algemeen
Op de zorgverzekeringsmarkt bestaat inmiddels zoveel keuze dat meer dan 1.400 combinaties te maken zijn. [14] Zorgverzekeraars hebben aangegeven te streven naar een ruim aanbod van aanvullende verzekeringen met een brede dekking zonder toelatingseisen. [15] Zij hanteren het uitgangspunt dat verzekerden zonder acceptatievoorwaarden toegang hebben tot de aanvullende verzekering, indien de verzekerde bij de oude zorgverzekeraar een vergelijkbare aanvullende verzekering heeft afgesloten. Vooral voor chronisch zieken verlaagt dit de drempel om over te stappen.

2.2 Premie
In het algemeen kan over de aanvullende verzekeringen worden gezegd dat de premie voor 2016 stijgt ten opzichte van die in 2015. In een aantal gevallen bovendien onder inperking van het verzekerde pakket. Diverse verzekeraars kiezen er daarnaast voor om voor jongeren en ouderen verschillende premies te hanteren. Dit wordt ook wel premiedifferentiatie genoemd. Bij de basisverzekering is dit wettelijk niet toegestaan, bij de aanvullende verzekeringen wel.

2.3 Dekking
Over de breedte bezien is de dekking van de aanvullende verzekeringen voor 2016 gelijk gebleven. Wel zijn zoals ieder jaar op punten wijzigingen doorgevoerd door zorgverzekeraars, het betreft hier zowel verbeteringen als versoberingen.

2.4 Resultaten verzekeraars
Uit het NZa-onderzoek dat ook in paragraaf 1.9 aan de orde kwam blijkt dat zorgverzekeraars op de basis- en aanvullende verzekeringen gezamenlijk in 2014 een exploitatieresultaat hebben behaald van gemiddeld €44 per volwassene (2013: €96). Het totale resultaat op de uitvoering van de aanvullende verzekeringen door zorgverzekeraars was in 2014 €32 miljoen (2013: €186 miljoen). Op beleggingen is ten aanzien van de aanvullende verzekeringen een resultaat van €121 miljoen behaald (2013: €86 miljoen). [16]

2.5 Aanvullende verzekering steeds belangrijker
Aanvullende verzekeringen worden voor mensen met een laag inkomen dan wel een hoge zorgvraag steeds belangrijker. Dit hangt logischerwijs samen met de ontwikkeling van de afgelopen jaren dat steeds meer verstrekkingen vanuit de AWBZ (nu Wlz) en Wmo worden overgeheveld naar basisverzekering en van basisverzekering naar aanvullende verzekering. Bovendien ontsluiten gemeenten een steeds groter deel van de vergoedingen medische kosten en eigen bijdragen Wmo via de gemeentelijke collectiviteit. Het overgrote deel van de Nederlanders heeft een aanvullende verzekering (84% in 2015), wel is een licht dalende trend te herkennen.

3. Marktontwikkelingen gemeentelijke collectiviteiten

3.1 Algemeen
De introductie van varianten van de gemeentelijke collectiviteit specifiek voor chronisch zieken en gehandicapten is ook in 2015 de meest impactvolle ontwikkeling. Het Rijk heeft budget overgeheveld naar gemeenten om deze doelgroep te compenseren voor meerkosten die samenhangen met hun aandoening of beperking. Het gaat landelijk bezien om €266 miljoen in 2016 en vanaf 2017 structureel om €268 miljoen per jaar. Een mogelijke inzet van deze gelden is een premiebijdrage in de uitgebreide variant van de gemeentelijke collectiviteit. Van de gemeenten die BS&F adviseert heeft circa 90% ervoor gekozen om van deze mogelijkheid gebruik te maken. Gemiddeld geven zij deze doelgroep daarmee een premiebijdrage van circa € 340,- per jaar (gegevens begin december 2015).

Verder van belang is dat met ingang van 2015 (een premiebijdrage in) de gemeentelijke collectiviteit de enige toegestane vorm van categoriale bijzondere bijstand is geworden. Bovendien is de maximale inkomensgrens van 110% van de toepasselijke bijstandsnorm komen te vervallen, zodat gemeenten ervoor kunnen kiezen de inkomensgrens voor deelname aan de gemeentelijke collectiviteit te verhogen. Dit zien we in de praktijk ook terug, circa 75% van de gemeenten geeft inmiddels een bijdrage tot een inkomensgrens van 120% of hoger.

3.2 Marktanalyse BS&F
Ook komend jaar maken wij een analyse van de marktpositie van verzekeraars die een gemeentelijke collectiviteit aanbieden, waarin we de verschillende aanbiedingen op diverse aspecten vergelijken en beoordelen. De verwachting is dat deze analyse in het voorjaar van 2016 voor onze klanten beschikbaar is.

3.3 Gezondverzekerd.nl
Op www.gezondverzekerd.nl staat zoals u gewend bent per gemeente alle relevante informatie over de gemeentelijke collectiviteit. Eind 2015 is het voor circa 225 van de ruim 300 gemeenten mogelijk om via de website direct online aan te melden voor de gemeentelijke collectiviteit.

3.4 Premies en kortingen
De in de onderstaande tabel opgenomen premies en kortingen zijn gebaseerd op een gemeentelijke collectiviteit bestaande uit een basisverzekering (meestal een naturapolis) en een aanvullende verzekering, waarbij de gemeente de te betalen premie inhoudt op de uitkering.

Verzekeraar  Bruto premie 
BV
Korting
BV
Netto premie
BV
Korting
AV
Azivo € 108,00 7,0% € 100,44 n.v.t. [17]
CZ [18] € 104,95 7,0% € 97,60 7,0%
De Friesland € 106,50 6,0% € 100,11 7,0%
DSW [19] € 98,75 n.v.t. € 98,75 n.v.t.
Menzis € 107,00 6,0% [20] € 100,58 9,0%
Salland [21] € 112,95 8,0% € 103,91 8,0%
Univé € 107,00 6,0% € 100,58 n.v.t. [22]
VGZ € 107,95 6,0% € 101,47 n.v.t. [23]
Zilveren Kruis [24] € 109,45 4,5% € 104,52 n.v.t.
Zorg en Zekerheid [25] € 106,95 9,0% € 97,32 10,0%

Tabel 4: Hoogte van de kortingen op de premies van de gemeentelijke collectiviteit in 2016 [10]

 

________________________________

Bijlage 1: Overzicht nominale premies basisverzekering

Maatschappij Polis type 2015 2016
AnderZorg restitutie € 93,00 € 93,00
ANNO12 restitutie € 116,11 n.v.t.
Avéro Achmea natura € 102,45 € 109,45
Azivo natura € 105,25 € 108,00
AZVZ natura € 101,95 € 106,95
Besured natura € 85,90 € 91,90
BeterDichtbij natura € 99,00 € 107,95
Bewuzt combinatie € 85,00 € 92,00
CZ natura € 100,50 € 104,95
CZdirect natura € 91,15 € 94,95
CZ Zorgbewustpolis natura € 97,00 € 101,30
De Amersfoortse restitutie € 102,95 € 107,95
De Friesland natura € 101,95 € 106,50
De Goudse natura € 109,50 € 109,50
Delta Lloyd restitutie € 102,90 € 107,50
Ditzo restitutie € 89,95 € 93,85
DSW restitutie € 95,00 € 98,75
Energiek restitutie € 99,95 -
FBTO restitutie € 98,50 € 99,95
Hema natura € 99,00 € 97,00
Ik! natura € 92,21 € 98,50
Interpolis combinatie € 93,95 € 98,50
IZA combinatie € 102,89 -
IZA Cura combinatie € 107,95 € 107,95
IZZ natura € 103,28 € 103,28
Kiemer natura € 90,95 € 95,95
Menzis natura € 104,25 € 107,00
Menzis Basis Voordelig natura € 90,75 € 90,75
National Academic natura € 99,95 € 99,95
OHRA restitutie € 100,74 € 105,37
ONVZ restitutie € 105,00 € 106,65
OZF Achmea combinatie € 103,00 € 109,45
PNO Ziektekosten restitutie € 96,60 € 101,15
Pro Life natura € 102,45 € 109,45
Salland restitutie € 100,95 € 112,95
Stad Holland restitutie € 99,00 € 102,00
TakeCareNow! natura € 89,95 € 96,95
Univé natura € 107,00 € 107,00
Univé Zekur combinatie € 82,50 € 89,95
VGZ natura € 107,95 € 107,95
VGZ Selectief natura € 95,95 € 99,95
VVAA restitutie € 96,60 € 101,15
Youcare natura € 93,23 € 93,23
Zilveren Kruis combinatie € 102,45 € 109,45
Zilveren Kruis (oud Agis) natura € 101,95 -
Zilveren Kruis (selectief polis) combinatie € 89,95 € 96,95
Zorg en Zekerheid natura € 101,95 € 106,95
Zorgverzekeraar UMC restitutie € 98,90 € 90,00
Gemiddeld   € 93,68 € 98,74

Tabel 5: Overzicht nominale premie per verzekeraar (maandpremies, geen vrijwillig eigen risico, geen (collectiviteits)korting, naturapolis waar mogelijk, anders meest gelijkend).

 

 


Voetnoten

[1] Huidige verzekerden worden ondergebracht bij De Amersfoortse.
[2] Nederlandse Zorgautoriteit, Marktscan Zorgverzekeringsmarkt 2015, september 2015.
[3] Hierover zijn Kamervragen gesteld door Pia Dijkstra (D66).
[4] Zorgverzekeraars Nederland, Actieplan Kern-gezond, april 2015.
[5] Zonder deze rijksbijdrage was het premie-effect van deze overheveling groter geweest.
[6] Op basis waarvan de Zorgverzekeringswet voor de helft uit nominale premie wordt gefinancierd en voor de helft uit inkomensafhankelijke premie. Dit wordt desnoods over de jaren heen gecorrigeerd, zoals nu.
[7] Maar wel voor bijvoorbeeld geneesmiddelen die de huisarts voorschrijft.
[8] Hierboven bestaat de mogelijkheid om voor een vrijwillig eigen risico van maximaal €500 te kiezen. Binnen de gemeentelijke collectiviteit kan niet voor een vrijwillig eigen risico worden gekozen.
[9] Nederlandse Zorgautoriteit, Marktscan en brief Zorgverzekeringsmarkt 2015 – deel A, juli 2015.
[10] Bij iedere verzekeraar is het tevens mogelijk om op individuele basis achteraf een betalingsregeling te treffen ten aanzien van het verplicht eigen risico.
[11] Momenteel wordt de praktische uitvoerbaarheid van deze mogelijkheid onderzocht.
[12] Nederlandse Zorgautoriteit, Marktscan Zorgverzekeringsmarkt 2015, september 2015.
[13] Vektis, Jaarcijfers 2015, Zorgverzekeraars en zorgfinanciering, augustus 2015
[14] Consumentenbond en Kassa.
[15] Zorgverzekeraars Nederland, Actieplan Kern-gezond, april 2015. Bij tandartsverzekeringen kunnen wel toelatingseisen van toepassing blijven, in verband met ‘antiselectie en anticiperend gedrag’.
[16] Vektis, Jaarcijfers 2014, Zorgverzekeraars en zorgfinanciering, augustus 2014.
[17] Azivo werkt niet met kortingen op de aanvullende verzekering, maar rekent met een netto premie.
[18] CZ geeft bij minder dan 1.000 deelnemers een 1% lagere korting op basis- en aanvullende verzekering.
[19] DSW geeft een nader af te spreken administratievergoeding voor het inhouden van premies of een bijdrage in het budget voor het minimabeleid.
[20] Menzis geeft 1% administratievergoeding voor ingehouden premies, daarnaast stelt Menzis per gemeente een projectbudget beschikbaar voor (zorg)projecten.
[21] Salland heeft de korting op de basisverzekering in 2016 verhoogd van 6,5% naar 8%
[22] Univé werkt niet met korting op de aanvullende verzekering, maar rekent met een netto premie.
[23] VGZ werkt niet met korting op de aanvullende verzekering, maar rekent met een netto premie.
[24] Zilveren Kruis geeft 1,5% minder korting wanneer de gemeente de premies niet inhoudt en doorbetaalt en rekent met een netto premie voor de aanvullende verzekering.
[25] Zorg en Zekerheid geeft een hogere korting bij het sluiten van een meerjarige overeenkomst.