Recente ontwikkelingen rond de zorgverzekering

21 december 2016,  

In onze traditionele eindejaarsnieuwsbrief vindt u informatie rondom de Gemeentepolis, het verzekerde pakket, het eigen risico, de zorgtoeslag en wanbetaling.

Het team van BS&F wenst u een fijne kerst en een gezond en voorspoedig 2017 toe!

1. Marktontwikkelingen basisverzekering 2017

1.1 Algemeen
Het aantal basispolissen in 2017 blijft met een daling van twee relatief stabiel rond de zestig. Deze daling is mede het gevolg van het verdwijnen van Azivo, dat met ingang van 2017 opgaat in Menzis. Binnen het totale aanbod aan basisverzekeringen bevinden zich polissen die identiek zijn qua dekking en gecontracteerde zorg. Hoewel transparantie door VWS als speerpunt is benoemd, lijkt hier dus ruimte voor verbetering aanwezig. Tot slot zien we dat ook dit jaar de contractering van zorg nog niet volledig is afgerond terwijl het overstapseizoen al is begonnen. Het was de bedoeling dat dit proces begin november zou zijn afgerond.

1.2 Nominale premie stijgt met ruim 7%
Het ministerie van VWS gaf op Prinsjesdag de verwachting af dat de premie voor de basisverzekering gemiddeld €3,50 per maand (€42 per jaar) zou stijgen in 2017. Voor deze stijging noemt VWS een aantal factoren, waaronder (wederom) een forse verwachte inzet van reserves door zorgverzekeraars. Het lijkt er gezien de daadwerkelijke premiestelling op dat zorgverzekeraars minder uit de reserves hebben geput om de premie te drukken dan VWS had verwacht. Inmiddels is namelijk duidelijk hoe de premies zijn vastgesteld door de zorgverzekeraars. Deze bedraagt per maand gemiddeld €109,23 (€1.310,76 p.j.), een stijging van €7,43 (€89,16 p.j.).

Nominale premie (per maand) 2012 2013 2014 2015 2016 2017
Laagste nominale premie € 89,90 € 91,90 € 80,25 € 82,50 € 86,00 € 92,00
Gemiddelde nominale premie € 104,70 € 103,87 € 93,68 € 98,74 € 101,80 € 109,23
Hoogste nominale premie € 112,50 € 109,75 € 103,90 € 116,11 € 112,95 € 119,50

Tabel 1. Laagste, gemiddelde en hoogste nominale premie vanaf 2012, excl. korting en vrijwillig eigen risico.

Bijlage 1 bevat een uitgebreid overzicht van de nominale premies voor de basisverzekering van alle zorgverzekeraars.

1.3 Pakket basisverzekering 2017
Het pakket van de basisverzekering wordt voor 2017 op een beperkt aantal punten aangepast:

  • onder voorwaarden komt bepaalde (medisch noodzakelijke) plastische chirurgie in het pakket: besnijdenis, borstconstructie en ooglidcorrectie
  • fronttandimplantaten tot 23 jaar
  • aanpassing eigen bijdrage implantaat gedragen gebitsprothesen
  • fysiotherapie bij etalagebenen
  • verruiming mogelijkheden vrijstelling eigen risico, dit betreft een reparatie waardoor dieetpreparaten nu ook onder deze vrijstellingsmogelijkheid vallen
  • eerstelijnsverblijf na ziekenhuisopname [1]
  • voorwaardelijke toelating behandeling bij ernstige chronische darmverstopping
  • NIPT-test tijdens de zwangerschap.[2]

Naast deze wijzigingen wordt het basispakket doorlopend aangepast met nieuwe behandelingen en medicijnen die voldoen aan ‘de stand van wetenschap en praktijk’ en daarom automatisch binnen de dekking vallen. 

1.4 Verplicht eigen risico blijft gelijk
Voor het eerst sinds de introductie van het verplicht eigen risico in 2008 wordt het niet verhoogd: het blijft dus ook in 2017 €385. Het ministerie van VWS verwacht dat verzekerden in 2017 net als in 2016 gemiddeld €240 van het verplicht eigen risico moeten betalen. Minima worden in 2017 deels gecompenseerd voor het verplicht eigen risico binnen de maximale zorgtoeslag doordat deze €240 erin is opgenomen.

Het verplicht eigen risico geldt voor verzekerden van 18 jaar en ouder. Bepaalde zorg valt echter niet onder het eigen risico: verloskundige zorg en kraamzorg, wijkverpleging, huisartsenzorg, [3] multidisciplinaire zorgverlening chronisch zieken (ketenzorg), nacontrole orgaandonoren, nationale bevolkingsonderzoeken (bijvoorbeeld naar borstkanker) en de griepprik. Ook zorg aan verzekerden jonger dan 18 jaar en zorg uit de aanvullende verzekering vallen niet onder het eigen risico.

Van alle volwassen Nederlanders gebruikt ongeveer 47% het volledige eigen risico van €385. [4] Slechts iets meer dan 16% heeft geen kosten voor het eigen risico. Bij steeds meer GemeentePolissen is het mogelijk om een regeling te treffen voor het verplicht eigen risico. Deze toename zien we terug in het aantal deelnemers dat hiervoor kiest: in februari 2016 hadden ongeveer 184.000 personen het verplicht eigen risico verzekerd binnen de GemeentePolis. Dit is een toename ten opzichte van een jaar eerder van circa 40.000. [5] Dit verkleint het risico op schulden.

1.5 Verbetering risicoverevening voor chronisch zieken
In 2016 is een forse aanpassing in de financiering van de basisverzekering in werking getreden. Door de aanpassingen in dit systeem van risicoverevening zijn chronisch zieken interessanter gemaakt voor zorgverzekeraars. Deze doorbraak is daarmee goed nieuws voor de doelgroep van de Gemeentepolis. Medio 2016 zijn aanvullende maatregelen gepresenteerd om met ingang van 2017 opnieuw een aantal aanpassingen te doen om zorgverzekeraars nog verder te prikkelen om zich op deze doelgroep te richten.

1.6 Zorgtoeslag 2017
Met de zorgtoeslag wordt beoogd dat niemand meer dan een bepaald deel van zijn inkomen kwijt is aan de premie én het verplicht eigen risico voor de basisverzekering. Voor de zorgtoeslag geldt een vermogenstoets: wanneer iemand meer vermogen in box 3 van de inkomstenbelasting heeft dan deze grens bestaat geen recht op zorgtoeslag (een eigen woning valt niet in box 3).

In 2017 is de zorgtoeslag hoger dan in 2016. Dit hangt samen met de werking van de zorgtoeslag: doordat de premies stijgen bestaat ook recht op een hogere zorgtoeslag. In 2017 hebben ongeveer 4,3 miljoen huishoudens recht op zorgtoeslag, een stijging van 90.000 ten opzichte van 2016.

Onderstaande tabel laat zien hoeveel zorgtoeslag iemand maximaal kan krijgen. Tussen het drempelinkomen en het maximale inkomen loopt het bedrag dat aan zorgtoeslag wordt ontvangen af van het maximale bedrag tot nihil. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen huishoudens met en zonder toeslagpartner.

Kernbegrippen zorgtoeslag 2012 2013 2014 2015 2016 2017
Drempelinkomen € 20.080 € 20.520 € 19.269 € 19.510 € 19.774 € 20.190
Max. inkomen alleenstaande € 35.059 € 30.939 € 28.482 € 26.316 € 27.012 € 27.857
Max. inkomen met partner € 51.691 € 42.438 € 37.145 € 32.655 € 33.765 € 35.116
.            
Max. zorgtoeslag alleenstaande € 828 € 1.056 € 864 € 936 € 996 € 1.056
Max. zorgtoeslag met partner € 1.740 € 2.052 € 1.644 € 1.788 € 1.896 € 2.040
.            
Max. vermogen alleenstaande n.v.t. € 101.139 € 102.499 € 103.423 € 106.941 € 107.752
Max. vermogen met partner n.v.t. € 122.278 € 123.638 € 124.753 € 131.378 € 132.752

Tabel 2. Kernbegrippen zorgtoeslag en de daaruit voortvloeiende maximale zorgtoeslag vanaf 2012 (jaarbedragen).

1.7 Maatregelen wanbetalers
Personen die wel een basisverzekering hebben, maar daarvoor een premieschuld hebben ter hoogte van zes maandpremies of meer, zijn wanbetaler. Zij vallen onder het bestuursrechtelijk premieregime waarbij werkgever, uitkeringsinstantie of pensioenfonds een bedrag inhoudt op de bron van het inkomen. Als dit niet mogelijk is ontvangt men een acceptgiro van het CJIB voor de bestuursrechtelijke premie. [6] In 2016 wordt deze regeling nog door Zorginstituut Nederland (ZINL) uitgevoerd, maar per 1 januari 2017 gaan onder meer de wanbetalersregeling en de onverzekerdenregeling over naar het CAK. [7]

Per juli 2016 is de manier gewijzigd waarop de hoogte van de bestuursrechtelijke premie voor wanbetalers wordt vastgesteld. Tot dat moment werd deze vastgesteld op 130% van de standaardpremie, [8] maar dit is aangepast naar 125% van de gemiddelde premie. [9] Dit betekent dat zowel het basisbedrag als het daarvan te nemen percentage naar beneden zijn bijgesteld. Voor 2017 leidt dit tot een bestuursrechtelijke premie voor wanbetalers van €134,38 per maand. [10]

Let wel: voor dit bedrag krijgt iemand alleen de dekking van de basisverzekering. Een eventueel gesloten aanvullende verzekering is op dat moment geroyeerd. Op 1 augustus 2016 waren 290.519 wanbetalers aangemeld voor de bestuursrechtelijke premieheffing. Eind 2014 waren dit er nog 327.334. [11] Er is dus een kentering waarneembaar. Uit recente informatie van het CBS blijkt dat het aantal bijstandsgerechtigden in de bestuursrechtelijke premieheffing eind 2015 met circa 5,4% is gedaald tot 64.210. [12] 

Medio 2016 is een regeling in werking getreden op grond waarvan bijstandsgerechtigde wanbetalers kunnen uitstromen uit de bestuursrechtelijke premieheffing. Deze regeling is ook wel bekend als ‘WUB’, naar de Werkgroep Uitstroom Bijstandsgerechtigden die aan de wieg ervan stond. Klik hier voor de publicatie van de uitstroomregeling, inclusief toelichting. In 2016 zijn de eerste gemeenten en zorgverzekeraars voortvarend van start gegaan. Hierdoor zijn al honderden bijstandsgerechtigden uit de wanbetalersregeling in de Gemeentepolis gestroomd. Voornaamste voordelen hiervan zijn dat ze niet meer de hoge bestuursrechtelijke premie hoeven te betalen en (weer) een aanvullende zorgverzekering hebben, waardoor zorgmijding wordt voorkomen. Na maximaal drie jaar maandelijks een bedrag afgelost te hebben is men vervolgens schuldenvrij voor de zorgverzekering, doordat zowel de zorgverzekeraar als het CAK een eventuele restschuld kwijtschelden.

BS&F beschikt over kengetallen van het aantal wanbetalers per gemeente. Neem hiervoor zo gewenst contact op met uw regiomanager.

1.8 Aantal onverzekerden stabiel
Personen die geen basisverzekering hebben gesloten, maar daartoe wel verplicht zijn, zijn onverzekerd. Om dit te bestrijden is in 2011 wetgeving in werking getreden. Onverzekerden worden door het CAK aangeschreven wanneer uit een bestandsvergelijking blijkt dat zij ten onrechte niet zijn ingeschreven bij een zorgverzekeraar. Als zij zich niet verzekeren, krijgen zij na drie en zes maanden een boete van het CAK die in 2017 €382,50 bedraagt (2016: €366,99). Verzekeren zij zich dan nóg niet, dan worden zij door het CAK aangemeld bij een zorgverzekeraar, waarbij het eerste jaar bronheffing van toepassing is tegen een bedrag van €127,50 per maand in 2017 (2016: €122,33).

Op het moment van inwerkingtreding van de regeling (maart 2011) waren er ongeveer 160.000 onverzekerden. Op 30 juni 2016 waren dit er 25.218, ongeveer 4.000 minder dan eind 2014. De regeling blijft actueel, door blijvende aanwas van nieuwe onverzekerden van ongeveer 3.000 per maand.

Een deel van de totale groep onverzekerden die door de regeling alsnog zijn verzekerd (243.988 personen) komt daarna in de wanbetalersregeling. Het gaat tot nu toe om 37.007 personen, circa 15% van alle opgespoorde onverzekerden.

1.9 Resultaten verzekeraars basisverzekering
Uit onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) [13] blijkt dat zorgverzekeraars in 2015 gemiddeld een positief exploitatieresultaat van ongeveer €30 per basisverzekerde behaalden op basisverzekering en aanvullende verzekeringen gezamenlijk. Dit komt, exclusief beleggingsopbrengsten, neer op een rendement van 0,7% van de totale schadelast (2014: 2,2%). Het totale resultaat op de uitvoering van de basisverzekering door zorgverzekeraars was in 2015 €328 miljoen (2014: €910 miljoen). Op beleggingen is ten aanzien van de basisverzekering een resultaat van €167 miljoen behaald (2014: €297 miljoen). [14]

2. Marktontwikkelingen aanvullende verzekeringen 2016

2.1 Algemeen
Ten opzicht van vorige jaar is het aantal aanvullende verzekeringen stabiel. Op de zorgverzekeringsmarkt bestaat inmiddels wel zoveel keuze dat meer dan 1.400 combinaties te maken zijn. [15] Zorgverzekeraars hebben aangegeven te streven naar een ruim aanbod van aanvullende verzekeringen met een brede dekking zonder toelatingseisen. [16] Zij hanteren het uitgangspunt dat verzekerden zonder acceptatievoorwaarden toegang hebben tot de aanvullende verzekering, indien de verzekerde bij de oude zorgverzekeraar een vergelijkbare aanvullende verzekering heeft afgesloten. Vooral voor chronisch zieken verlaagt dit de drempel om over te stappen.

2.2 Premie
In het algemeen kan over de aanvullende verzekeringen worden gezegd dat de premie voor 2017 stijgt ten opzichte van die in 2016. In een aantal gevallen bovendien onder inperking van het verzekerde pakket. Diverse verzekeraars kiezen er daarnaast voor om voor jongeren en ouderen verschillende premies te hanteren. Dit wordt ook wel premiedifferentiatie genoemd. Bij de basisverzekering is dit wettelijk niet toegestaan, bij de aanvullende verzekeringen wel.

2.3 Dekking
Over de breedte bezien is de dekking van de aanvullende verzekeringen voor 2017 gelijk gebleven. Wel zijn zoals ieder jaar op punten wijzigingen doorgevoerd door zorgverzekeraars, het betreft hier zowel verbeteringen als versoberingen.

2.4 Resultaten verzekeraars 
Uit NZa-onderzoek blijkt dat zorgverzekeraars op de basis- en aanvullende verzekeringen gezamenlijk in 2015 een exploitatieresultaat hebben behaald van gemiddeld ongeveer €30 per basisverzekerde. Het totale resultaat op de uitvoering van de aanvullende verzekeringen door zorgverzekeraars was in 2015 €147 miljoen (2014: €31 miljoen). Op beleggingen is ten aanzien van de aanvullende verzekeringen een resultaat van €60 miljoen behaald (2014: €121 miljoen). [17]

2.5 Aanvullende verzekering steeds belangrijker
Aanvullende verzekeringen worden voor mensen met een laag inkomen dan wel een hoge zorgvraag steeds belangrijker. Dit hangt logischerwijs samen met de ontwikkeling van de afgelopen jaren dat steeds meer verstrekkingen vanuit de Wlz en Wmo worden overgeheveld naar basisverzekering en van basisverzekering naar aanvullende verzekering. Bovendien ontsluiten gemeenten een steeds groter deel van de vergoedingen medische kosten en eigen bijdragen Wmo via de Gemeentepolis. Met 84% in 2016 heeft het overgrote deel van de Nederlanders een aanvullende verzekering, dit is gelijk aan 2015.

3. Marktontwikkelingen Gemeentepolis

3.1 Algemeen
Het jaar 2016 stond vooral in het teken van verdere optimalisatie van de dekking van de Gemeentepolis na de eerdere introductie van varianten specifiek voor chronisch zieken en gehandicapten. Vanaf 2017 is vanuit het Rijk structureel €268 miljoen per jaar beschikbaar voor gemeenten om deze doelgroep te compenseren voor meerkosten die samenhangen met hun aandoening of beperking (2016: €266 miljoen). Een mogelijke inzet van deze gelden is een premiebijdrage in de uitgebreide variant van de Gemeentepolis.

3.2 Marktanalyse BS&F
Ook komend jaar maken wij een analyse van de marktpositie van verzekeraars die een Gemeentepolis aanbieden, waarin we de verschillende aanbiedingen op diverse aspecten vergelijken en beoordelen. De verwachting is dat deze analyse in januari 2017 voor onze klanten beschikbaar is.

3.3 Gezondverzekerd.nl
Op www.gezondverzekerd.nl staat zoals u gewend bent per gemeente alle relevante informatie over de Gemeentepolis. Eind 2016 is het voor circa 300 van de 360 deelnemende gemeenten mogelijk om via de website direct online aan te melden voor de Gemeentepolis.

Vermeldenswaardig is dat Gezondverzekerd.nl dit jaar in een in een moderner jasje is gestoken en diverse verbeteringen bevat op het gebied van gebruiksvriendelijkheid en functionaliteit. Klik hier voor meer informatie over de wijzigingen.

3.4 Premies en kortingen
De in de onderstaande tabel opgenomen premies en kortingen zijn gebaseerd op een Gemeentepolis bestaande uit een basisverzekering (meestal een naturapolis) en een aanvullende verzekering, waarbij de gemeente de te betalen premie inhoudt op de uitkering.

Verzekeraar  Bruto premie 
BV
Korting
BV
Netto premie
BV
Korting
AV
CZ [18] € 112,85 7,0% € 104,95 7,0%
De Friesland € 114,95 6,0% € 108,05 7,0%
DSW [19] € 108,00 n.v.t. € 108,00 n.v.t.
Menzis € 119,00 6,0% [20] € 111,86 9,0%
Salland € 112,95 8,0% € 103,91 8,0%
Univé € 113,25 6,0% € 106,45 n.v.t. [21]
VGZ € 112,95 6,0% € 106,17 n.v.t. [22]
Zilveren Kruis [23] € 117,45 4,5% € 112,16 n.v.t.
Zorg en Zekerheid [24] € 115,95 9,0% € 105,51 10,0%

Tabel 3. Hoogte van de kortingen op de premies van de Gemeentepolis in 2017

 

________________________________

Bijlage 1: Overzicht nominale premies basisverzekering

Maatschappij Polis type 2016 2017
AnderZorg restitutie € 93,00 € 102,00
Avéro Achmea natura € 109,45 € 117,20
AZVZ natura € 106,95 € 115,95
Besured natura € 91,90 € 96,90
Bewuzt combinatie € 92,00 € 99,15
CZ (Zorg-op-maat) natura € 104,95 € 112,85
CZ (Zorgbewust) natura € 101,30 € 108,90
CZdirect natura € 94,95 € 102,35
De Amersfoortse restitutie € 107,95 € 117,50
De Friesland (Alles Verzorgd) natura € 106,50 € 114,95
De Friesland (Zelf Bewust) natura € 91,75 € 99,95
De Goudse natura € 109,50 € 112,95
Delta Lloyd restitutie € 107,50 € 115,83
Ditzo restitutie € 93,85 € 100,95
DSW restitutie € 98,75 € 108,00
FBTO restitutie € 99,95 € 108,50
Hema natura € 97,00 € 108,00
Ik! natura € 98,50 € 111,44
Interpolis combinatie € 98,50 € 104,25
inTwente combinatie € 98,75 € 108,00
IZZ natura € 103,28 € 109,94
Kiemer natura € 95,95 € 106,75
Menzis Basis natura € 107,00 € 119,00
Menzis Basis Voordelig natura € 90,75 € 103,00
National Academic natura € 99,95 € 104,95
OHRA restitutie € 105,37 € 113,64
ONVZ restitutie € 109,95 € 119,50
OZF combinatie € 109,45 € 117,45
PMA natura € 99,51 € 107,95
PNOzorg restitutie € 101,51 € 109,94
Pro Life natura € 109,45 € 117,45
Promovendum natura € 92,90 € 97,90
Salland restitutie € 112,95 € 112,95
Stad Holland restitutie € 102,00 € 112,00
Studenten Goed Verzekerd natura - € 105,71
Univé natura € 107,00 € 113,25
Univé Zekur combinatie € 86,00 € 92,00
VGZ natura € 107,95 € 112,95
VGZ Selectief natura € 99,95 € 104,95
VVAA restitutie € 109,95 € 119,50
ZieZo (Zilveren Kruis) Basis natura - € 99,95
Zilveren Kruis combinatie € 109,45 € 117,45
Zilveren Kruis (selectief polis) combinatie € 96,96 € 104,95
Zorg en Zekerheid natura € 106,95 € 115,95
Zorgdirect natura € 112,95 € 114,95
Zorgverzekeraar UMC restitutie € 98,90 € 104,90
Gemiddeld   € 101,80 € 109,23

Tabel 4. Overzicht nominale premie per verzekeraar (maandpremies, geen vrijwillig eigen risico, geen (collectiviteits)korting, naturapolis waar mogelijk, anders meest gelijkend).

 

 


Voetnoten

[1] Hiervoor gold een subsidieregeling, maar het komt nu dus in het basispakket.
[2] Deze uitbreiding kan door verwachte advisering door Zorginstituut Nederland in 2017 nog niet uit de basisverzekering gefinancierd worden, daarom vindt deze voorlopig uit een subsidieregeling plaats.
[3] Maar wel voor bijvoorbeeld geneesmiddelen die de huisarts voorschrijft.
[4] Bron: Vektis.
[5] Nederlandse Zorgautoriteit, Marktscan Zorgverzekeringsmarkt 2016, september 2016.
[6] Bij ontvangers van zorgtoeslag die een acceptgiro van het CJIB ontvangen voor de bestuursrechtelijke premie wordt deze verrekend met de zorgtoeslag: deze wordt in die gevallen dus rechtstreeks aan het CJIB overgemaakt.
[7] Zie voor meer informatie over deze overgang het nieuwsbericht van ZINL. Verderop in deze nieuwsbrief spreken wij vooruitlopend op de nieuwe situatie over het CAK in plaats van ZINL.
[8] Dit is een begrip uit de zorgtoeslag en bedraagt in 2017 €1.530 op jaarbasis (€127,50 per maand).
[9] Dit gemiddelde wordt door VWS uitgerekend en bedraagt in 2017 €1.290 op jaarbasis (€107,50 per maand).
[10] In de eerste helft van 2016 bedroeg deze nog €159,03 met een verlaging naar €127,91 in de tweede helft van het jaar.
[11] Het overgrote deel van deze daling is te verklaren doordat zorgverzekeraars in toenemende mate de bestuursrechtelijke premieheffing opschorten door het treffen van individuele betalingsregelingen.
[12] Het overgrote deel van deze daling is te verklaren door WUB-trajecten.
[13] Nederlandse Zorgautoriteit, Marktscan Zorgverzekeringsmarkt 2016, september 2016.
[14] Vektis, Jaarcijfers 2016, Zorgverzekeraars en zorgfinanciering, augustus 2016.
[15] Consumentenbond en Kassa.
[16] Zorgverzekeraars Nederland, Actieplan Kern-gezond, april 2015. Bij tandartsverzekeringen kunnen wel toelatingseisen van toepassing blijven, in verband met ‘antiselectie en anticiperend gedrag’.
[17] Vektis, Jaarcijfers 2016, Zorgverzekeraars en zorgfinanciering, augustus 2016.
[18] CZ geeft bij minder dan 1.000 deelnemers een 1% lagere korting op basis- en aanvullende verzekering.
[19] DSW geeft een nader af te spreken administratievergoeding voor het inhouden van premies of een bijdrage in het budget voor het minimabeleid.
[20] Menzis geeft 1% administratievergoeding voor ingehouden premies, daarnaast stelt Menzis per gemeente een projectbudget beschikbaar voor (zorg)projecten.
[21] Univé werkt niet met korting op de aanvullende verzekering, maar rekent met een netto premie.
[22] VGZ werkt niet met korting op de aanvullende verzekering, maar rekent met een netto premie.
[23] Zilveren Kruis geeft 1,5% minder korting wanneer de gemeente de premies niet inhoudt en doorbetaalt en rekent met een netto premie voor de aanvullende verzekering.
[24] Zorg en Zekerheid geeft een hogere korting bij het sluiten van een meerjarige overeenkomst.