Recente ontwikkelingen rond de zorgverzekering

19 december 2017,  

Klik hier voor de printversie

1. Marktontwikkelingen basisverzekering 2018

1.1 Algemeen
De OESO, de samenwerkingsorganisatie van 35 overwegend welvarende landen, concludeert in haar tweejaarlijkse onderzoek dat de kwaliteit en toegankelijkheid van de Nederlandse zorg onveranderd goed is. [1] Tegelijkertijd zijn er aandachtspunten. Zo wordt 80% van de zorgkosten binnen de basisverzekering gemaakt door 17% van de verzekerden. [2] Enerzijds suggereert dit dat de solidariteit tussen gezond en ongezond werkt. Tegelijkertijd heeft dit het risico in zich dat die solidariteit onder druk komt te staan. Deze ontwikkeling is ook te zien bij aanvullende verzekeringen: in toenemende mate worden deze afgesloten vanuit een individueel perspectief, wat ook de solidariteit (via premiestelling) onder druk zet.[3] Daarnaast is sinds 2006 63% van de verzekerden nog nooit overgestapt en 22% slechts één keer.[4] Dit werpt de vraag op of het ‘kunnen stemmen met de voeten’, oftewel de mogelijkheid tot overstappen, wel zo’n stevige pijler onder het zorgstelsel is. In het verlengde hiervan overweegt de politiek om het aantal basisverzekeringen terug te dringen: een overdaad aan keuze, terwijl sommige van deze verzekeringen alleen qua premie en naam verschillen (zogenaamde ‘herverpakkingen’).

1.2 Nominale premie stijgt licht
Het ministerie van VWS gaf op Prinsjesdag de verwachting af dat de premie voor de basisverzekering gemiddeld €6,83 per maand (€82 per jaar) zou stijgen in 2018. [5] Voor deze stijging noemt VWS een aantal factoren, waaronder de groei van de zorguitgaven en een verwachte lagere inzet vanuit de reserves van zorgverzekeraars. Vorig jaar zetten zorgverzekeraars hiervoor €1,5 miljard in, VWS verwacht voor dit jaar €0,5 miljard. Het lijkt erop dat verzekeraars hierin een middenweg hebben genomen, want de daadwerkelijke premiestelling 2018 van zorgverzekeraars laat een kleinere stijging zien dan geraamd door VWS. Na de forse stijging van vorig jaar van 7,3% is dit jaar namelijk sprake van een toename van 1,4%. De basispremie bedraagt in 2018 per maand gemiddeld €110,79 (€1.329,48 p.j.), een stijging van €1,56 (€18,72 p.j.). Wel kan hierbij aangetekend worden dat een aantal (vooral kleinere) zorgverzekeraars heeft besloten de premie te verlagen.

Nominale premie (per maand) 2013 2014 2015 2016 2017 2018
Laagste nominale premie € 91,90 € 80,25 € 82,50 € 89,95 € 92,00 € 93,85
Gemiddelde nominale premie € 103,87 € 93,68 € 98,74 € 101,82 € 108,75 € 110,79
Hoogste nominale premie € 109,75 € 103,90 € 116,11 € 112,95 € 119,50 € 125,50

Tabel 1. Laagste, gemiddelde en hoogste nominale premie vanaf 2013, excl. korting en vrijwillig eigen risico.

Bijlage 1 bevat een uitgebreid overzicht van de nominale premies voor de basisverzekering van alle zorgverzekeraars.

1.3 Pakket basisverzekering 2018
Het pakket van de basisverzekering wordt voor 2018 op de volgende punten aangepast:

  • Fysiotherapie bij heup- en knieartrose: vanaf 2018 vergoeding vanaf de eerste behandeling van maximaal 12 behandelingen over 12 maanden.
  • Nieuwe afbakening verzorging bij kinderen: hierdoor valt voortaan alle verzorging die samenhangt met de geneeskundige zorg onder de Zvw, verzorging die verband houdt met ADL blijft onder de Jeugdwet vallen.
  • Uitbreiding zittend ziekenvervoer: de vergoeding voor zittend ziekenvervoer wordt uitgebreid voor oncologiepatiënten die immuuntherapie ondergaan.

Een besluit over de plaats van vitaminen, mineralen en paracetamol in het pakket en het eventueel afschaffen van de eigen bijdrage poliklinische bevalling zonder indicatie worden aan een volgend kabinet overgelaten.

Naast deze wijzigingen wordt het basispakket doorlopend aangepast met nieuwe behandelingen en medicijnen die voldoen aan ‘de stand van wetenschap en praktijk’ en daarom automatisch binnen de dekking vallen.

1.4 Verplicht eigen risico blijft gelijk
Voor het tweede jaar op rij wordt het verplicht eigen risico niet verhoogd. Het blijft dus ook in 2018 €385. Het ministerie van VWS verwacht dat verzekerden in 2018 gemiddeld €234 van het verplicht eigen risico moeten betalen. Minima worden in 2018 deels gecompenseerd voor het verplicht eigen risico binnen de maximale zorgtoeslag doordat deze €234 erin is opgenomen.

Het verplicht eigen risico geldt voor verzekerden van 18 jaar en ouder. Bepaalde zorg valt echter niet onder het eigen risico: verloskundige zorg en kraamzorg, wijkverpleging, huisartsenzorg, [6] multidisciplinaire zorgverlening chronisch zieken (ketenzorg), nacontrole orgaandonoren, nationale bevolkingsonderzoeken (bijvoorbeeld naar borstkanker) en de griepprik. Ook zorg aan verzekerden jonger dan 18 jaar en zorg uit de aanvullende verzekering vallen niet onder het eigen risico.

Van alle volwassen Nederlanders gebruikt ongeveer 47% het volledige eigen risico van €385. [7] Slechts iets meer dan 16% heeft geen kosten voor het eigen risico. Huishoudens die een eigen bijdrage Wmo en/of Wlz moeten betalen maken in 77% van de gevallen het volledige eigen risico vol. [8] Bij steeds meer gemeentepolissen is het mogelijk om een regeling te treffen voor het verplicht eigen risico. Deze toename zien we terug in het aantal deelnemers dat hiervoor kiest: in februari 2017 hadden ongeveer 192.000 personen het verplicht eigen risico verzekerd binnen de gemeentepolis. [9] Dit is een toename ten opzichte van een jaar eerder van circa 8.000. Dit verkleint het risico op schulden en zorgmijding.

1.5 Derde verbetering op rij risicoverevening voor chronisch zieken
Met ingang van het jaar 2016 is voor het eerst een forse ingreep gedaan in de financiering van de basisverzekering. Hierdoor zijn binnen dit systeem van risicoverevening chronisch zieken interessanter gemaakt voor zorgverzekeraars. Deze koerswijziging is in 2017 en 2018 stevig doorgezet. [10] Dit is dus goed nieuws voor de doelgroep van de gemeentepolis: zorgverzekeraars worden hierdoor in toenemende mate geprikkeld om zich op deze doelgroep te richten. Hiervan zijn inmiddels de eerste tekenen zichtbaar. Zo stelt zorgverzekeraar VGZ expliciet: ‘Onze strategie is meer ouderen, chronisch zieken en sociale minima als verzekerden aan te trekken’. [11]

1.6 Zorgtoeslag 2018
Met de zorgtoeslag wordt beoogd dat niemand meer dan een bepaald deel van zijn inkomen kwijt is aan de premie én het verplicht eigen risico voor de basisverzekering. Voor de zorgtoeslag geldt een vermogenstoets: wanneer iemand meer vermogen in box 3 van de inkomstenbelasting heeft dan deze grens bestaat geen recht op zorgtoeslag (een eigen woning valt niet in box 3).

Onderstaande tabel laat zien hoeveel zorgtoeslag iemand maximaal kan krijgen. Tussen het drempelinkomen en het maximale inkomen loopt het bedrag dat aan zorgtoeslag wordt ontvangen af van het maximale bedrag tot nihil. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen huishoudens met en zonder toeslagpartner.

Kernbegrippen zorgtoeslag 2013 2014 2015 2016 2017 2018
Drempelinkomen € 20.520 € 19.269 € 19.510 € 19.774 € 20.190 € 20.536
Max. inkomen alleenstaande € 30.939 € 28.482 € 26.316 € 27.012 € 27.857 € 28.720
Max. inkomen met partner € 42.438 € 37.145 € 32.655 € 33.765 € 35.116 € 35.996
             
Max. zorgtoeslag alleenstaande € 1.056 € 864 € 936 € 996 € 1.056 € 1.128
Max. zorgtoeslag met partner € 2.052 € 1.644 € 1.788 € 1.896 € 2.040 € 2.112
             
Max. vermogen alleenstaande € 101.139 € 102.499 € 103.423 € 106.941 € 107.752 € 113.415
Max. vermogen met partner € 122.278 € 123.638 € 124.753 € 131.378 € 131.378 € 143.415

Tabel 2. Kernbegrippen zorgtoeslag en de daaruit voortvloeiende maximale zorgtoeslag vanaf 2013 (jaarbedragen).

In 2018 is de zorgtoeslag hoger dan in 2017: een alleenstaande ontvangt maximaal €94 per maand en partners €176. De verhoging hangt samen met de werking van de zorgtoeslag: onder meer doordat de premies stijgen bestaat ook recht op een hogere zorgtoeslag. In 2018 hebben ongeveer 4,3 miljoen huishoudens recht op zorgtoeslag, dit is ongeveer gelijk aan 2017.

1.7 Maatregelen wanbetalers
Personen die wel een basisverzekering hebben, maar daarvoor een premieschuld hebben ter hoogte van zes maandpremies of meer, zijn wanbetaler. Zij vallen onder het bestuursrechtelijk premieregime waarbij werkgever, uitkeringsinstantie of pensioenfonds een bedrag inhoudt op de bron van het inkomen. Als dit niet mogelijk is ontvangt men een acceptgiro van het CJIB voor de bestuursrechtelijke premie. [12] In 2017 is deze regeling voor het eerst door het CAK uitgevoerd, waar dit voorheen door Zorginstituut Nederland (ZIN) werd gedaan. Dit geldt overigens voor meer regelingen, waaronder de onverzekerdenregeling (daarover in de volgende paragraaf meer).

Met ingang van juli 2016 is de manier gewijzigd waarop de hoogte van de bestuursrechtelijke premie voor wanbetalers wordt vastgesteld. Tot dat moment werd deze vastgesteld op 130% van de standaardpremie, [13] maar dit is aangepast naar 125% van de gemiddelde premie. [14] Dit betekent dat zowel het basisbedrag als het daarvan te nemen percentage naar beneden zijn bijgesteld. Voor 2018 leidt dit tot een bestuursrechtelijke premie voor wanbetalers van €136,67 per maand.

Let wel: voor dit bedrag krijgt iemand alleen de dekking van de basisverzekering. Een eventueel gesloten aanvullende verzekering is op dat moment geroyeerd. Op 1 december 2017 waren 253.682 wanbetalers aangemeld bij het CAK voor de bestuursrechtelijke premieheffing. Eind 2014 waren dit er nog 325.810. [15] De dalende trend die in 2015 is ingezet zet dus door. Op 31 december 2016 waren 56.290 bijstandsgerechtigden aangemeld, ruim 20% van het totaal op dat moment. Deze verhouding van 20% is ten opzichte van 2015 ongeveer gelijk gebleven, maar gezien de absolute daling van het aantal wanbetalers betekent dit dat het aantal bijstandsgerechtigde wanbetalers met 7.920 is gedaald. Dit is mede te verklaren door samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars:

Medio 2016 is een regeling in werking getreden op grond waarvan bijstandsgerechtigde wanbetalers kunnen uitstromen uit de bestuursrechtelijke premieheffing. Deze regeling is ook wel bekend als ‘WUB’, naar de Werkgroep Uitstroom Bijstandsgerechtigden die aan de wieg ervan stond. [16] Voornaamste voordelen van de regeling zijn dat deelnemers niet meer de hoge bestuursrechtelijke premie hoeven te betalen en dat ze (weer) een aanvullende zorgverzekering hebben, waardoor zorgmijding wordt voorkomen. Na maximaal drie jaar maandelijks een bedrag afgelost te hebben is men vervolgens schuldenvrij voor de zorgverzekering, doordat zowel de zorgverzekeraar als het CAK een eventuele restschuld kwijtschelden.

In 2017 zien we dat de trend om de wanbetalersproblematiek aan te pakken zich voortzet. Inmiddels hebben tientallen gemeenten de WUB-regeling toegepast en zijn duizenden bijstandsgerechtigden uitgestroomd.

BS&F beschikt over kengetallen van het aantal wanbetalers per gemeente. Neem hiervoor zo gewenst contact op met uw regiomanager.

1.8 Aantal onverzekerden stabiel
Personen die geen basisverzekering hebben gesloten, maar daartoe wel verplicht zijn, zijn onverzekerd. Om dit te bestrijden is in 2011 wetgeving in werking getreden. Onverzekerden worden door het CAK aangeschreven wanneer uit een bestandsvergelijking blijkt dat zij ten onrechte niet zijn ingeschreven bij een zorgverzekeraar. Als zij zich niet verzekeren, krijgen zij na drie en zes maanden een boete van het CAK die in 2018 €386,49 bedraagt (2017: €382,50). Verzekeren zij zich dan nog niet, dan worden zij door het CAK aangemeld bij een zorgverzekeraar, waarbij het eerste jaar bronheffing van toepassing is tegen een bedrag van €128,83 per maand in 2018 (2017: €127,50).

Op het moment van inwerkingtreding van de regeling (maart 2011) waren er ongeveer 160.000 onverzekerden. Op 30 juni 2017 waren dit er 22.960. Ondanks het feit dat dit aantal al enige jaren ongeveer gelijk is blijft de regeling actueel, want er is een in- en uitstroom van onverzekerden van ongeveer 3.000 per maand.

Een deel van de totale groep onverzekerden die door de regeling alsnog zijn verzekerd (276.260 personen) komt daarna in de wanbetalersregeling. Het gaat tot nu toe om 46.135 personen, circa 17% van alle opgespoorde onverzekerden.

1.9 Resultaten verzekeraars basisverzekering
Uit onderzoek van Vektis [17] blijkt dat zorgverzekeraars in 2016 gemiddeld een negatief exploitatieresultaat op de basisverzekering hebben behaald van ongeveer €18 per verzekerde. [18] Wanneer de positieve resultaten op beleggingsopbrengsten niet worden meegerekend bedraagt het negatieve resultaat basisverzekering per verzekerde ongeveer €30. Het totale resultaat op de uitvoering van de basisverzekering door zorgverzekeraars was in 2016 €524 miljoen negatief (2015: €328 miljoen positief). Op beleggingen is ten aanzien van de basisverzekering in 2016 een resultaat van €207 miljoen behaald (2015: €167 miljoen).

2. Marktontwikkelingen aanvullende verzekeringen 2018

2.1 Algemeen
Ook dit jaar is er een groot en divers aanbod aan aanvullende verzekeringen. Op zich is er daarmee dus iets te kiezen, anderzijds blijkt het voor veel mensen lastig om dan de juiste keuze te maken. Dit geldt in het bijzonder voor mensen met een laag inkomen. Zij beschikken gemiddeld genomen over minder denk- en doenvermogen. Dit fenomeen is door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) benoemd in het rapport ‘Weten is nog geen doen’. [19] In dit rapport doet de WRR de oproep om terughoudend te zijn met het bieden van te veel keuzes aan deze groep op het gebied van essentiële voorzieningen, waaronder de zorgverzekering.

2.2 Premie
In het algemeen kan over de aanvullende verzekeringen worden gezegd dat de premie voor 2018 stijgt ten opzichte van die in 2017. Tevens zien we, zoals in paragraaf 1.1 genoemd, een ontwikkeling op de markt voor aanvullende verzekeringen richting meer individuele keuzes. [20]
Diverse verzekeraars kiezen er daarnaast voor om voor jongeren en ouderen verschillende premies te hanteren. Dit wordt ook wel premiedifferentiatie genoemd. Bij de basisverzekering is dit wettelijk niet toegestaan, bij de aanvullende verzekeringen wel.

2.3 Dekking
Over de breedte bezien is de dekking van de aanvullende verzekeringen voor 2018 gelijk gebleven. Wel zijn zoals ieder jaar op punten wijzigingen doorgevoerd door zorgverzekeraars, het betreft hier zowel verbeteringen als versoberingen.

2.4 Resultaten verzekeraars
Zorgverzekeraars hebben per aanvullende verzekering in 2016 gemiddeld een exploitatieresultaat behaald van minder dan €2 (over alle aanvullend verzekerden bezien). Het totale resultaat op de uitvoering van de aanvullende verzekeringen door zorgverzekeraars was in 2016 €28 miljoen (2015: €147 miljoen). Op beleggingen is ten aanzien van de aanvullende verzekeringen een negatief resultaat van €64 miljoen behaald (2015: €60 miljoen positief), waardoor het resultaat over de aanvullende verzekeringen per saldo uitkomt op €36 miljoen negatief.

2.5 Aanvullende verzekering blijft belangrijk
Sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet (2006) is het aantal mensen met een aanvullende verzekering jaarlijks licht gedaald. Maar nog altijd is 84,1% van de Nederlanders aanvullend verzekerd bovenop de verplichte basisverzekering. Het blijft voor verzekerden een belangrijk instrument om de eigen zorguitgaven planbaar en beheersbaar te maken. Voor mensen met een laag inkomen en voor mensen met een hoge zorgvraag blijft de aanvullende verzekering onverminderd relevant. Bovendien ontsluiten gemeenten een steeds groter deel van de vergoedingen medische kosten en eigen bijdragen Wmo via de gemeentepolis.

3. Marktontwikkelingen gemeentepolis

3.1 Algemeen
In 2017 is de gemeentepolis onverminderd belangrijk gebleken binnen het gemeentelijke sociale domein. Momenteel biedt 99% van de gemeenten deze voorziening aan om mensen in een kwetsbare positie te compenseren voor hun (bovengemiddelde) zorgkosten. Een aantal gemeenten heeft per 2018 gekozen voor een nieuwe samenwerkingspartner. Meest voorkomende reden hiervoor was het besluit van Zilveren Kruis om haar aanbieding per 2018 te versoberen of uiterlijk per 2019 te beëindigen bij gemeenten die naast Zilveren Kruis hun gemeentepolis ook bij een andere verzekeraar hebben ondergebracht.
Tegelijkertijd zien we bij de meeste zorgverzekeraars juist een toegenomen investeringsbereidheid in de doelgroep van de gemeentepolis. De verbeteringen in de risicoverevening (zie paragraaf 1.5) spelen daarbij uiteraard een belangrijke rol. Bovendien wordt door maatschappij en politiek meer kritisch gekeken naar de inhoudelijke meerwaarde die zorgverzekeraars en hun producten vervullen. De gemeentepolis dient daarbij geregeld als voorbeeld. Zo heeft het ministerie van VWS onderzoek laten uitvoeren naar de rol die de gemeentepolis vervult bij het voorkomen van zorgkosten (preventie), zie ook deze link.

3.2 Marktanalyse BS&F
Ook komend jaar maken wij een analyse van de marktpositie van verzekeraars die een gemeentepolis aanbieden, waarin we de verschillende aanbiedingen op diverse aspecten vergelijken en beoordelen. De verwachting is dat deze analyse in januari 2018 voor onze klanten beschikbaar is.

3.3 Gezondverzekerd.nl
Op www.gezondverzekerd.nl staat zoals u gewend bent per gemeente alle relevante informatie over de gemeentepolis. Eind 2017 is het voor circa 320 van de 360 gemeenten die deelnemen aan de website mogelijk om via de website direct online aanvragen te doen voor de Gemeentepolis. Ook dit jaar zijn er weer diverse verbeteringen doorgevoerd op de website, bijvoorbeeld op het gebied van validatie van postcodegegevens en ingangsdatum, vergelijken van pakketten, beveiliging en privacy.
Tevens is er dit jaar hard gewerkt aan het ontwikkelen van een Back-Office Applicatie (BOA). Deze applicatie biedt aan gemeenten en verzekeraars de mogelijkheid om in te loggen in een beveiligde omgeving. In deze applicatie vindt men onder andere:

  • Een ‘overzichtspagina’ per gemeente of ISD met daarin inzicht in de status van een aanvraag.
  • Inzicht in aantallen aanvragen per ‘statuscategorie’, waarbij eenvoudig diverse overzichten gecreëerd kunnen worden.
  • De mogelijkheid om eenvoudig te zoeken naar en te filteren op aanvragen op diverse variabelen (bijvoorbeeld NAW, aanvraagnummer, aangevraagd pakket, etc.).
  • De mogelijkheid om detailinformatie van de aanvraag in te zien.
  • Ondersteuningsfunctionaliteit ten behoeve van het vereenvoudigen van het toetsingsproces voor gemeenten.
  • De mogelijkheid om overzichten van aanvragen te exporteren.
  • De mogelijkheid om te ‘loggen’ (in memo-velden) welke acties er zijn uitgezet en eenvoudig in te zien middels de ‘tijdlijn’ wie welke actie heeft uitgezet en opgevolgd.

Circa 50 gemeenten werken inmiddels met de BOA van Gezondverzekerd. De komende periode zal deze applicatie voor alle gemeenten die online aanvragen via www.gezondverzekerd.nl faciliteren beschikbaar worden gemaakt.

3.4 Premies en kortingen
De in de onderstaande tabel opgenomen premies en kortingen zijn gebaseerd op een gemeentepolis bestaande uit een basisverzekering (meestal een naturapolis) en een aanvullende verzekering, waarbij de gemeente de te betalen premie inhoudt op de uitkering.

Verzekeraar                                                               Bruto premie Basisverzekering Korting Basisverzekering Netto premie Basisverzekering Korting Aanvullende verzekering
CZ [21] € 116,25 7,0% € 108,11 7,0%
De Friesland € 116,95 6,0% € 109,93 7,0%
DSW Zorgverzekeraar [22] € 107,50 n.v.t. € 107,50 n.v.t.
Menzis € 119,00 6,0% [23] € 111,86 9,0%
Salland zorgverzekeringen [24] € 101,50 n.v.t. € 101,50 8,0%
Univé € 116,50 6,0% € 109,51 n.v.t. [25]
VGZ € 116,20 6,0% € 109,23 n.v.t. [26]
Zilveren Kruis [27] € 119,45 2,0% € 117,06 n.v.t.
Zorg en Zekerheid [28] € 114,95 9,0% € 104,60 10,0%

Tabel 3. Hoogte van de kortingen op de premies van de gemeentepolis in 2018.

Uiteraard is de geboden korting door de verzekeraar niet de enige of de belangrijkste indicator voor de kwaliteit van een Gemeentepolis. De premie-dekking verhouding, de aanvullende afspraken die in de praktijk veelal gemaakt zijn op het voorkomen en oplossen van wanbetalingsproblematiek en afspraken over een efficiënte administratieve organisatie spelen bijvoorbeeld ook een belangrijke rol; zie voor een uitgebreide analyse van de markpositie van de verzekeraars onze jaarlijkse marktanalyse.
 

Bijlage 1. Overzicht nominale premies basisverzekering

Maatschappij Polis type 2017 2018
AnderZorg restitutie € 102,00 € 102,00
Avéro Achmea natura € 117,20 € 119,45
AZVZ natura € 115,95 € 114,95
Besured natura € 96,90 € 107,25
Bewuzt combinatie € 99,15 € 101,35
CZ (Zorg-op-maat) natura € 112,85 € 116,25
CZ (Zorgbewust) natura € 108,90 € 112,15
CZdirect natura € 102,35 € 105,45
De Amersfoortse restitutie € 117,50 € 125,50
De Friesland Zorgverzekeraar  (Zelf Bewust) natura € 99,95 € 103,95
De Friesland Zorgverzekeraar  (Alles Verzorgd) natura € 114,95 € 116,95
Delta Lloyd restitutie € 115,83 € 119,58
Ditzo restitutie € 100,95 € 102,95
DSW Zorgverzekeraar restitutie € 108,00 € 107,50
FBTO natura € 103,50 € 105,50
Hema natura € 108,00 € 108,00
Interpolis combinatie € 104,25 € 106,25
inTwente combinatie € 108,00 € 107,50
IZZ natura € 109,94 € 114,44
Menzis natura € 119,00 € 119,00
Menzis (Basis Voordelig) natura € 103,00 € 103,00
National Academic natura € 104,95 € 114,95
OHRA restitutie € 113,64 € 117,34
ONVZ (+ labels) restitutie € 119,50 € 122,00
OZF Achmea combinatie € 117,45 € 119,45
PMA natura € 107,92 € 107,92
PNOzorg restitutie € 109,94 € 112,24
Pro Life natura € 117,45 € 119,45
Promovendum natura € 97,90 € 107,50
Salland zorgverzekeringen restitutie € 112,95 € 101,50
Stad Holland restitutie € 112,00 € 110,50
Studenten Goed Verzekerd natura € 105,71 € 107,51
Univé natura € 113,25 € 116,50
Univé Select natura € 98,75 € 100,95
Univé Zekur combinatie € 92,00 € 93,85
VGZ natura € 112,95 € 116,20
VVAA restitutie € 119,50 € 122,00
ZieZo (Zilveren Kruis) Selectief natura € 93,95 € 96,95
Zilveren Kruis Achmea combinatie € 117,45 € 119,45
Zilveren Kruis Achmea (Budget) combinatie € 104,95 € 105,95
Zorg en Zekerheid natura € 115,95 € 114,95
Zorgdirect natura € 114,95 € 107,83
Zorgverzekeraar UMC restitutie € 104,90 € 109,84
Gemiddeld   € 108,75 € 110,79


Tabel 4. Overzicht nominale premie per verzekeraar (maandpremies, geen vrijwillig eigen risico, geen (collectiviteits)korting, naturapolis waar mogelijk, anders meest gelijkend).

 

Voetnoten

[1] Zie hier het volledige OESO-onderzoek en hier een deel specifiek over het Nederlandse stelsel.
[2] Zie hier een overzicht van Vektis op gemeenteniveau.
[3] Zie hierover dit artikel op Skipr, inclusief verschillende geluiden vanuit zorgverzekeraars.
[4] Vektis, Zorgthermometer Verzekerden in beeld 2017.
[5] Dit is inclusief €10 extra premie per jaar door het handhaven van het verplicht eigen risico op €385.
[6] Maar wel voor bijvoorbeeld geneesmiddelen die de huisarts voorschrijft.
[7] Dit meest recente cijfer is afkomstig van Vektis en is opgenomen in deze Kamerbrief.
[8] CBS, Stapeling eigen risico Zvw en eigen bijdrage Wlz/Wmo, juli 2017.
[9] Nederlandse Zorgautoriteit, Marktscan Zorgverzekeringsmarkt 2017, september 2017.
[10] Zie hierover ons nieuwsitem Verdere verbetering risicoverevening voor deelnemers gemeentepolis.
[11] Zie hierover dit artikel in het Financieel Dagblad.
[12] Bij ontvangers van zorgtoeslag die een acceptgiro van het CJIB ontvangen voor de bestuursrechtelijke premie wordt deze verrekend met de zorgtoeslag: deze wordt in die gevallen dus rechtstreeks aan het CJIB overgemaakt.
[13] Dit is een begrip uit de zorgtoeslag (gem. premie + gem. eigen risico) en bedraagt in 2018 €1.546 op jaarbasis (€128,83 per maand).
[14] Dit gemiddelde wordt door VWS uitgerekend en bedraagt in 2018 €1.312 op jaarbasis (€109,33 per maand).
[15] Het overgrote deel van deze daling is te verklaren doordat zorgverzekeraars in toenemende mate de bestuursrechtelijke premieheffing opschorten door het treffen van individuele betalingsregelingen.
[16] Klik hier voor de publicatie van de uitstroomregeling, inclusief toelichting.
[17] Vektis, Jaarcijfers 2017, Zorgverzekeraars en zorgfinanciering, augustus 2017.
[18] Hierbij telt Vektis ook verzekerden onder de 18 mee (die dus geen premie hoeven te betalen).
[19] Zie hier het WRR-rapport en hier een samenvattende video.
[20] Zie in dit verband ook het eerder genoemde artikel van Skipr.
[21] CZ geeft bij minder dan 1.000 deelnemers een 1% lagere korting op basis- en aanvullende verzekering. Tevens verstrekt CZ een incassokorting ter hoogte van 1% van de door middel van premienota collectief betaalde premies.
[22] DSW geeft een nader af te spreken administratievergoeding voor het inhouden van premies of een bijdrage in het budget voor het minimabeleid. Tevens rekent DSW met een netto premie voor de basis- en aanvullende verzekering.
[23] Menzis geeft 1% administratievergoeding voor ingehouden premies, daarnaast stelt Menzis per gemeente een projectbudget beschikbaar voor (zorg)projecten.
[24] Salland werkt niet met korting op de basisverzekering, maar rekent met een netto premie.
[25] Univé werkt niet met korting op de aanvullende verzekering, maar rekent met een netto premie.
[26] VGZ werkt niet met korting op de aanvullende verzekering, maar rekent met een netto premie.
[27] Zilveren Kruis geeft alleen korting wanneer de gemeente de premies inhoudt en doorbetaalt. Tevens rekent Zilveren Kruis met een netto premie voor de aanvullende verzekering.
[28] Zorg en Zekerheid geeft een hogere korting bij het sluiten van een meerjarige overeenkomst.