Miljoenennota 2017: impact op zorg en sociale zekerheid

23 september 2016,  

Op 20 september is de jaarlijkse rijksbegroting gepresenteerd. In deze nieuwsbrief geven wij een overzicht van de belangrijkste elementen voor het gemeentelijke sociale domein.

Bestendiging van beleid en verbetering van koopkracht
In de miljoenennota voor komend jaar zijn weinig echte verrassingen te vinden. Fundamentele ‘ombuigingen’ zijn al eerder (in de beginjaren van het kabinet) doorgevoerd en de decentralisaties van taken en budget naar gemeenten zijn doorgevoerd. Het kabinet richt zich nu op koopkracht: bijna iedereen moet en kan er iets op vooruit gaan. In de begrotingen van SZW en VWS [1] vinden we dan ook diverse financiële impulsen, gericht op diverse doelgroepen.

1. Zorg
In de beleidsagenda van VWS zijn drie hoofdlijnen te onderscheiden: het behouden van een betaalbare en toegankelijke zorg voor iedereen, het belang van persoonsgerichte van zorg die nabij en integraal georganiseerd is en ten derde een toenemende aandacht van het departement voor gezondheid en preventie.

1.1 Betaalbaarheid en toegankelijkheid van zorg
De begroting van VWS bevestigt de geruchten: de premie van de basisverzekering wordt naar verwachting beperkt verhoogd en het eigen risico blijft zelfs gelijk (€ 385). Hiervoor is overigens vereist dat zorgverzekeraars hun reserves aanspreken – wat nog wel moet blijken uiteraard:

  • voor 2017 raamt VWS de premie basisverzekering op € 1.241 (€ 103,42 per maand), een stijging van € 42 ten opzichte van de gemiddelde premie 2016. Oftewel € 3,50 per maand. Een combinatie van factoren leidt tot deze inschatting, waaronder dus de verwachte inzet van reserves door verzekeraars [2], de (relatief beperkte) groei van de zorguitgaven, de afbouw van de Rijksbijdrage HLZ [3] en het rechttrekken van de 50/50 verhouding [4].
  • de inkomensafhankelijke bijdrage daalt van 6,75% naar 6,65%, de lage inkomensafhankelijke bijdrage (zelfstandigen en gepensioneerden) daalt van 5,5% naar 5,4%.
  • de zorgtoeslag gaat omhoog, waarmee ongeveer de helft van de premiestijging wordt gecompenseerd. Volgend jaar bedraagt de maximale zorgtoeslag voor een eenpersoonshuishouden naar verwachting € 1.018 (+€ 20) en voor een meerpersoonshuishouden € 1.947 (+€ 42). In 2016 hadden overigens 4,5 miljoen huishoudens recht op zorgtoeslag, dat is ongeveer gelijk aan 2015.
  • het beschikbare budget voor de basisverzekering wordt tussen verzekeraars verdeeld op basis van een complex systeem van risicoverevening. Komend jaar verstevigt het ministerie de in 2016 ingezette lijn, waarbij zorgverzekeraars een hogere compensatie ontvangen voor personen met een chronische ziekte. Het idee is dat het hierdoor voor zorgverzekeraars aantrekkelijker wordt om zich op deze groep te richten. De maatregelen leiden ertoe dat in 2017 ten opzichte van dit jaar 200.000 extra chronisch zieken worden geïdentificeerd binnen de risicoverevening. Daarnaast wordt een meerjarig onderzoeksprogramma risicoverevening opgezet.
  • het pakket van de basisverzekering wordt op een beperkt aantal punten aangepast:
    - onder voorwaarden komt bepaalde plastische chirurgie in het pakket: medisch noodzakelijke besnijdenis, borstconstructie en ooglidcorrectie
    - fronttandimplantaten tot 23 jaar
    - aanpassing eigen bijdrage implantaat gedragen gebitsprothesen
    - fysiotherapie bij etalagebenen
    - verruiming mogelijkheden vrijstelling eigen risico [5]
    - eerstelijnsverblijf na ziekenhuisopname [6]
    - voorwaardelijke toelating behandeling bij ernstige chronische darmverstopping
    - NIPT-test tijdens de zwangerschap [7]
  • het aanjaagteam verwarde personen heeft knelpunten en verbeteracties in beeld gebracht in de persoonsgerichte aanpak voor mensen met verward gedrag, waaronder het knelpunt onverzekerdheid. Hierbij is een rol voor gemeenten weggelegd. Voor de kosten die aan de diverse verbeteracties, pilots en projecten in het land zijn verbonden is vanaf 2017 structureel € 30 miljoen beschikbaar.
  • het kabinet schrapt een eerder geplande bezuiniging van € 500 miljoen op verpleeghuiszorg (Wlz). Ook wordt ingezet op een kwaliteitsimpuls voor verpleeghuizen (komend jaar is hiermee € 160 miljoen budget gemoeid).

Figuur 1. Samenstelling zorguitgaven 2017

1.2 De 'nabije en integrale blik' van gemeenten
Het ministerie herhaalt het belang van zorg die persoonsgericht is en thuis dan wel dichtbij huis geleverd wordt, waar dat kan. Gemeenten krijgen hierbij een centrale rol toegeschreven, nu zij sinds 2015 zorgtaken erbij hebben gekregen. Gemeenten zouden meer in samenhang (zorg, schulden, eenzaamheid) naar hun inwoners kunnen kijken en meer passende oplossingen kunnen bieden. In de VWS-begroting gaat daarbij extra aandacht uit naar:

  • in vervolg op ontwikkelagenda ‘Voortgang en ambitieWmo’ wordt ook in 2017 de uitvoering op lokaal en regionaal niveau doorontwikkeld. De aandacht gaat hierbij primair uit naar de positie van de cliënt, maatwerk in integrale ondersteuning en het bevorderen van een inclusieve samenleving. Het programma ‘Aandacht voor Iedereen’ en de Koepel Adviesraden sociaal domein ontvangen subsidie om deze doelen te faciliteren.
  • het kabinet stelt de maximale eigen bijdrage Wmo naar beneden bij, vooral ten gunste van eenverdieners met een chronisch zieke partner. Gemeenten ontvangen ter compensatie van de gederfde inkomsten € 50 miljoen (via het Gemeentefonds).
  • voor de wijkverpleegkundige wordt meer geld vrijgemaakt. Ook wordt werk gemaakt van het schrappen van overbodige en onduidelijke regels. Overigens valt de wijkverpleegkundige niet onder het eigen risico (evenals de huisarts).
  • op 1 juli 2016 is de Regeling uitstroom bijstandsgerechtigden in werking getreden. In samenwerking met zorgverzekeraars kunnen gemeenten bijstandsgerechtigden selecteren voor uitstroom uit het wanbetalersregime. Zij stromen direct in de gemeentepolis, waarbij de gemeente een bedrag inhoudt op de uitkering voor premie én aflossing van de premieschuld bij de zorgverzekeraar. Als mensen de regeling maximaal drie jaar volhouden kunnen ze definitief uit de wanbetalersregeling uitstromen. De resterende schuld bij de zorgverzekeraar (en Zorginstituut Nederland) wordt dan kwijtgescholden.
  • de hoogte van de bestuursrechtelijke premie voor wanbetalers is op 1 juli 2016 verlaagd van 130% van de standaardpremie naar 125% van de gemiddelde nominale premie voor de basisverzekering. Op dat moment per saldo een verlaging van € 159,03 naar € 127,91 per maand. Het bedrag voor komend jaar wordt bekend zodra de premies 2017 zijn vastgesteld.
  • de uitvoering van onder meer de regelingen voor wanbetalers en onverzekerden, nu bij het Zorginstituut Nederland belegd, gaat per 1 januari 2017 over naar het CAK.[8] 

1.3 Van zorg naar gezondheid en preventie
De begroting van VWS besteedt ook meer aandacht aan gezondheid, het behouden daarvan en het voorkomen van ziekte. Ook hier krijgen gemeenten een spilfunctie toebedeeld.

  • samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars in zogenaamde preventiecoalities wordt gefaciliteerd door VWS middels een bijdrage in de coördinatiekosten hiervan.
  • het programma ‘Sport en Bewegen in de Buurt’ wordt in 2017 op een aantal punten aangepast. Zo komt meer aandacht voor kwetsbare doelgroepen zoals ouderen, chronisch zieken en mensen met een beperking. Cofinanciering voor de door gemeenten aangestelde buurtsport- en buurtcultuurcoaches wordt verplicht. Gemeenten ontvangen per fte € 20.000, die zij met € 30.000 aanvullen.
  • om mensen goed te informeren over de voor- en nadelen van health checks en zelftesten is een wetsvoorstel in voorbereiding dat in 2017 naar de Tweede Kamer gaat.
  • de komende maanden wordt besloten over de wijze waarop de programma’s Nationaal Programma Preventie (NPP) en ‘Gezond in…’ worden gecontinueerd.
  • voor de gemeentelijke ondersteuning van chronisch zieken en gehandicapten is ook in 2017 € 268 miljoen beschikbaar binnen het Gemeentefonds. NB: uw regiomanager kan u helpen bij het berekenen welk bedrag hiervan voor uw gemeente beschikbaar is.

2. Sociale zekerheid
Ook binnen de sociale zekerheid is te zien dat het laatste kabinetsjaar eraan komt: er staan geen ingrijpende veranderingen op de rol en er wordt ruimte gemaakt voor koopkrachtverbetering. Extra aandacht gaat daarbij uit naar kinderen in arme gezinnen, ouderen en mensen met schulden.

2.1 Maatregelen om de koopkracht te verbeteren
Het kabinet stelde zichzelf eerder ten doel om het belastingstelsel fundamenteel te hervormen. Zoals bekend is dat niet gelukt. In plaats daarvan zijn in 2016 diverse lastenverlichtingen ingevoerd. Komend jaar wordt deze weg vervolgd: er zijn diverse maatregelen met een positief effect op de koopkracht voor (bijna) alle Nederlanders. Bijna 80% van alle gepensioneerden en ruim 90% van de werkenden en uitkeringsgerechtigden gaan er in koopkracht op vooruit:

  • een aantal maatregelen van het kabinet heeft een positieve invloed op de koopkracht, waaronder de verhoging van de zorgtoeslag, verhoging van de huurtoeslag [9], verhoging van het kindgebonden budget en de verhoging van de ouderenkorting [10]. Daar tegenover staat een aantal maatregelen dat de koopkracht vermindert, zoals de (verwachte) toename van de zorgpremie, verhoging van het belastingtarief in de tweede en derde schijf met 0,4%-punt, de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting en versobering van de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner.
  • gemeenten ontvangen € 7,5 miljoen via het Gemeentefonds, specifiek om armoede onder ouderen in de bijstand te bestrijden.
  • de kostendelersnorm in de AOW was uitgesteld tot 2018 en wordt inmiddels uitgesteld tot 2019. Per saldo voert dit kabinet deze dus niet in.

2.2 Extra middelen voor ouder en kind
De SZW-begroting maakt extra budget vrij voor kinderen (en hun ouders). Het gaat daarbij zowel om middelen in natura als financiële investeringen.

  • ruim 400.000 kinderen groeien op in een huishouden met een laag inkomen. Om te voorkomen dat hierdoor deelname aan bijvoorbeeld zwemles, sport of een schoolreisje onhaalbaar wordt, investeert het departement € 100 miljoen, waarvan € 85 miljoen via gemeenten (decentralisatie-uitkering).
  • voor de kinderopvangtoeslag wordt € 200 miljoen extra gebudgetteerd. Dankzij deze extra middelen gaan ouders minder zelf betalen voor de opvang. Daarnaast wil SZW vanaf 2018 de financiering van peuterspeelzalen weghalen bij gemeenten.
  • de eerste en tweede kindbedragen in het kindgebonden budget worden met € 100 respectievelijk € 67 verhoogd om de inkomenspositie van gezinnen met lage en middeninkomens te ondersteunen.
  • het kabinet werkt aan een wetsvoorstel om per 2019 het bestaande kraamverlof uit te breiden tot vijf dagen (nu twee).

2.3 Inzet op een betere arbeidsmarkt
Het aantal mensen dat een vaste baan vindt, stijgt voor het eerst sinds 2009. Dat neemt niet weg dat de werkloosheid met ruim 570.000 werklozen nog altijd hoog is. Het verbeteren van de arbeidsmarkt blijft dan ook een belangrijk speerpunt voor het ministerie van SZW:

  • het kabinet wil toewerken naar een minimumloon vanaf 21 jaar (nu 23 jaar). Per 1 juli 2017 wordt de eerste stap gezet en gaat de ondergrens naar 22 jaar. Ook vindt verhoging plaats van de hiervan afgeleide percentages van het minimumjeugdloon en de uitkeringen van Wajongers onder de 23.
  • vanaf 2017 is het instrument lage-inkomensvoordeel van toepassing: een tegemoetkoming voor werkgevers die mensen aannemen met een loon op of net boven het minimumloon.
  • met de sector is in 2013 afgesproken om 125.000 banen te realiseren voor mensen met een arbeidsbeperking (ultimo 2025). SZW stelt in haar begroting dat men op koers ligt om dit te gaan halen: eind 2015 staat ‘de teller’ op ruim 21.000 nieuwe banen.
  • het ministerie is ontevreden over de realisatie van beschut werk. Gemeenten hebben per saldo 44 van de beoogde 1.600 plekken gecreëerd. Ook biedt een kwart van de gemeenten geen beschut werk. Om dit te doorbreken wil SZW gemeenten verplichten om werkplekken te realiseren. Tevens wordt budget vrijgemaakt om gemeenten hierbij te ondersteunen (implementatiebudget, een bonusregeling en uitbreiding van de no-riskpolis).
  • om de overgang van werk naar werk of van uitkering naar werk te ondersteunen, blijven ook in 2017 scholingsvouchers beschikbaar. Daarnaast wordt € 40 miljoen vrijgemaakt om regionale projecten gericht op dienstverlening aan werkzoekenden te ondersteunen.
  • ten slotte wordt € 68 miljoen ingezet voor het actieplan ‘Perspectief voor vijftigplussers’, een nieuwe aanpak om werkloosheid onder vijftigplussers te verkleinen.

2.4 Extra inzet om schulden te bestrijden
Al eerder stelde het ministerie van SZW zich ten doel om de schulddienstverlening te versterken via het vereenvoudigen van de beslagvrije voet en het invoeren van het breed moratorium. Voor het einde van dit kabinet wil SZW deze verbeteringen nog invoeren:

  • de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet beoogt de berekeningswijze, de uitwisseling van gegevens en het proces van vaststelling makkelijker te maken voor betrokken partijen (waaronder gemeenten en burgers).
  • de AMvB die de invoering van het Breed Wettelijk Moratorium (opschorting incassoactiviteiten voor maximaal een half jaar) moet regelen, zal in 2017 in werking treden.
  • ten slotte wordt komend jaar € 4 miljoen ingezet om de schuldhulpverlening te professionaliseren en innovatieve aanpakken verder te ontwikkelen.

3. Koopkracht 2017
In de begrotingstoelichting van het Ministerie van SZW wordt de impact van de begroting 2017 vertaald naar geraamde koopkrachteffecten. Voor 90% van alle huishoudens is sprake van een verbetering van de koopkracht, met een mediane verbetering van +1%. Van de huishoudens met de laagste inkomens gaat 95% erop vooruit.

Tabel 1. Koopkrachteffecten voor minima [11] 

 

Voetnoten:

[1] SZW en VWS zijn samen goed voor € 153,9 miljard, bijna 60% van de totale Rijksbegroting.

[2] Door de Europese Richtlijn Solvabiliteit II worden zorgverzekeraars hogere vermogenseisen opgelegd. De reserveontwikkeling is de afgelopen jaren gunstig verlopen. VWS gaat er daarom voor 2017 van uit dat verzekeraars opnieuw significant gaan interen op de bestaande reserves, ter hoogte van € 2 miljard. Vorig jaar schatte VWS de aanwending van reserves in op € 1,3 miljard, maar verzekeraars bleken uiteindelijk € 1,9 miljard in te zetten vanuit hun reserves om de premie te drukken.

[3] Deze tijdelijke rijksbijdrage (t/m 2018) dempt het opdrijvende premie-effect van overhevelingen vanuit de AWBZ (nu Wlz) naar de Zorgverzekeringswet (basisverzekering). In 2017 gaat het om € 902 miljoen en in 2018 om € 451 miljoen.

[4] De 50/50 regel bepaalt dat de basisverzekering voor de helft uit inkomensafhankelijke premie wordt gefinancierd en voor de andere helft uit nominale premie.

[5] Het betreft een reparatie omdat door een uitspraak van de Hoge Raad dieetpreparaten niet onder deze bestaande vrijstellingsmogelijkheid vielen, wat wel de bedoeling van de Minister was.

[6] Hiervoor gold een subsidieregeling, maar komt nu dus in het basispakket.

[7] Deze uitbreiding kan door verwachte advisering door Zorginstituut Nederland in 2017 nog niet uit de basisverzekering gefinancierd worden, daarom vindt deze voorlopig uit een subsidieregeling plaats.

[8] Daarnaast gaat het CAK vanaf 1 januari de regeling voor gemoedsbezwaarden, de buitenlandregeling en de compensatieregeling voor zorg aan onverzekerbare vreemdelingen uitvoeren.

[9] Het kopje op de normhuur binnen de huurtoeslag wordt met € 10,50 per maand verlaagd, wat gunstig uitwerkt voor huurders met recht op huurtoeslag.

[10] De ouderenkorting wordt verhoogd tot de inkomensgrens met € 101 tot € 1.292 in 2017.

[11] Deze cijfers laten voor standaardhuishoudens de koopkrachtontwikkeling zien als gevolg van de gemiddelde loon- en prijsontwikkeling en als gevolg van generieke maatregelen, zoals aanpassingen in belastingen, (ziektekosten)premies, zorgtoeslag, kinderbijslag en kindgebonden budget.