Gemeentepolis

In 2015 bestaat de zorgpolis die gemeenten bieden aan inwoners met een laag inkomen bijna twintig jaar. Sinds 1997 bewijst dit instrument zich als een succesvolle samenwerking tussen gemeente en zorgverzekeraar om ook inwoners in een (financieel) kwetsbare positie toegang te garanderen tot goede en betaalbare zorg. Ook vormt de collectiviteit een brug tussen de belangen van gemeente: het voorkomen van schulden, het realiseren van een goede verzekeringspositie, efficiëntie in de uitvoering en het ontsluiten van zorgkosten) én zorgverzekeraar: samenwerkingspartner, het tegengaan van wanbetaling en de mogelijkheid tot een propositie op maat voor specifieke doelgroepen.

Rond de collectiviteit zijn twee op het oog tegengestelde ontwikkelingen gaande. De vraag naar een passende polis voor mensen met een laag inkomen én met een lage zorgvraag. Dit wordt mede veroorzaakt door een toename van op het oog aantrekkelijke ‘budgetpolissen’: sterk uitgeklede en daardoor goedkopere polissen. Voor een deel van de minima kan dit een passend alternatief zijn. Er schuilt echter een risico in deze keuze: aanspraak op zorg is veelal een onvoorziene situatie en de bijbehorende kosten kunnen (zeker voor minima) de draagkracht te boven gaan. Het is aannemelijk dat minima met een budgetpolis geen toegang kunnen krijgen tot vereiste zorg, dan wel hernieuwd moeten aankloppen bij de gemeente.

Aan de andere kant krijgen gemeenten een grotere verantwoordelijkheid voor gehandicapten en chronisch zieken. Met de afbouw van landelijke inkomensregelingen en met de uitbreiding van het gemeentefonds wordt van gemeenten verwacht dat zij het wegvallen van deze regelingen gaan compenseren. Gemeenten hebben kunnen deze middelen inzetten via de Gemeentepolis. Het belangrijkste argument voor het moderniseren van de collectiviteit is dat de gemeente hiermee aan haar kwetsbare burgers blijvend toegang biedt tot goede en betaalbare zorg. Ook verbindt de collectiviteit de zorgverzekeraar aan het brede sociale domein van de gemeente.

Meer weten: Maarten Broekema